Bouwen met Staal | Veelzijdig, flexibel, duurzaam Bouwen met Staal

AZ-stadion. Opmerkingen van leden en lezers.

Bouwen met Staal geeft regelmatig updates van de verwikkelingen rondom de gedeeltelijke instorting van het AZ-stadion. Aan onze oproep om op- en aanmerkingen te geven naar aanleiding van de geopenbaarde stukken werd veel gehoor gegeven.

« terug naar Nieuws

We vatten deze reacties samen en proberen recht te doen aan de bedoelingen van de schrijvers. Zijn we uw opmerking vergeten of hebben we uw intentie niet correct weergegeven? Dan horen we dat graag via helpdesk@bouwenmetstaal.nl. De website van Bouwen met Staal biedt niet de mogelijkheid dat u uw opmerking of mening zelf plaatst en om discussies te voeren.

De eerste reactie kwam van Dick Oosterhof, die naar eigen zeggen 'reeds 45 jaar werkzaam is in de boor- en winningindustrie (offshore/onshore)'. Hij concludeert uit de tekeningen, dat er voor de aansluiting van de bovenrand van de vakwerkligger een HE180 is gebruikt en geen platen. Hij stelt, dat een 'dergelijke constructie op deze plaats niet correct is' in verband met dynamische belastingen en vermoeiing. De heer Oosterhof vindt het betreurenswaardig, dat er in de diverse media al over 'lasfouten' wordt gesproken. Sowieso kan een lasser nooit alleen verantwoordelijk worden gehouden, want de las moet altijd worden geïnspecteerd na de uitvoering. Voor het onderzoek naar de instorting geldt: 'eerst grondig onderzoeken en dan pas conclusies trekken.'

Constructeur Bouwe Olij wijst op een ander aspect: ‘De boven- en onderstaven lijken op tekening koudgevormde kokers 180x8. Is hier in de berekening ook rekening mee gehouden. Is er nu niet meer risico op veroudering en brosse breuk in de omgeving van de koudvervormde zones?’ Een antwoord van onze helpdesk uit het verleden vat samen waar in de berekening rekening mee moet worden gehouden, zie Staalsupport. Een ander antwoord zegt iets over de voorzorgsmaatregelen die getroffen moeten worden bij het lassen aan koudgevormde kokers.

Constructeur Frank de Wilde geeft een nuttige aanvulling voor de leeswijzer.

In document 988169.pdf wordt m.i. het detail dat nu bezweken lijkt, enigszins beschreven (knoop 15 blz 10-61). Volgens de knooppunten is de uitkraging van dit spant 22,31 meter. (de x-richting van knoop 1 en 20 op blz blz 19-61). Het is mij niet duidelijk of dit het grootste spant is.

Er vallen mij een aantal zaken op:

Het kleine stukje balk (waarin de A staat) is niet benoemd. In eerste instantie zou ik zeggen dat de koker 180x180x8 hier doorloopt. Als ik echter naar de las aan de linkerzijde ziet dan zou ik zeggen dat dit een HEA of een HEB profiel is. Dit lijkt ook overeen te komen met de foto in de media.

De las van koker naar plaat is hier uitgerekend rond de omtrek. Romkes komt dan op een lascapaciteit van 1497 kN. Als hij de doorsneden van het profiel van pagina 21-61 had gebruikt dan was hij op een capaciteit van 5339mm2 x 260N/mm2/1000N=1388kN gekomen. Deze laatste ligt al erg boven de maximaal optredende drukkracht van 1328 kN (105% van het toelaatbare). Wellicht is dit nog goed te praten gezien de gebruikte factoren. Soms wordt dit nog geaccepteerd.

Romkes heeft alleen gerekend met de trekkracht en heeft hier het optredende moment niet meegenomen. Op pagina 56-61 staan de interne krachten op de staven. Als je rekent met de combinatie-spanning van trek-druk met het moment dan is de trekspanning hier 302N/mm2 en de drukspanning 388N/mm2. Hier had Romkes al kunnen zien dat dit detail niet klopt.

Als balk bij A inderdaad een H-balk is dan is de spanning in de flens hier nog hoger omdat het weerstandsmoment tegen buigen van het HEA 180 of HEB 180 profiel lager is dan van een koker 180x180x8mm.

Naar mijn mening had Romkes dit zgn “single-point-failure” veel uitgebreider moeten analyseren. Door de overgang van koker naar H-vorm treden nl. ook nog relevante lokaalspanningen op. Ik verwijs u hiervoor naar mijn Linkedin profiel waar ik het een en ander verduidelijk in twee posts.

Verder begrijp ik ook niet dat deze niet-genormeerde (??) profielovergang niet getoetst is op vermoeiing, zeker gezien de grote wisselspanning en de hoogte hiervan. Had men dit gedaan dan was dit detail m.i. direct afgekeurd.

Constructeur Henk van Vliet schrijft het volgende: 

Het instorten van een deel van AZ-stadion houdt ons ook bezig net zoals veel vakgenoten. Wij zijn het eens met jullie conclusie betreffende de spanningsconcentratie. In de bijlage tref je een detail aan uit de berekening die wij gevonden hebben in de stukken. (Deze tekening wordt gezocht, red.) Of de krachten die hier zijn aangegeven de goede krachten zijn weet ik niet. De werkelijke krachten in de bezweken spanten zijn waarschijnlijk hoger.

Bij trekkracht 1328 kN in koker 180/8 is de gemiddelde spanning 1328*1000/ 5284 = 251 N/mm2. Bij de aansluiting wordt de spanning geconcentreerd in de onder- en bovenkant en wordt de lokale spanning ongeveer 1328*1000/ 2*150*8 = 553 N/mm wat heel hoog is. Gezien de afrondingen van het kokerprofiel is de effectieve lasbreedte ongeveer 150 mm. Bij een toelaatbare lasspanning van 251 N/mm2 is de benodigde las ca. 17 mm wat fysiek niet mogelijk is omdat het kokerprofiel maar 8 mm dik is.

Als ik de foto's bekijk lijkt het of de in het detail aangegeven kopplaat niet aanwezig is en er dus direct op elkaar gelast is. Met voorbewerken is er een las mogelijk van 8 mm wat ook berekend is.

Constructeur Cock Dol, tevens lid van technische commissie 10 ‘Verbindingen’ schrijft: 'Mooi initiatief om zoveel mogelijk data te verzamelen over dit AZ-instortgeval op jullie site'. Wat hem nog opviel:

Bij de berekening van “spanten as 1” is de opwaartse windbelasting ( belastinggevallen 9+10, pdf-blz.64+65 ) aangenomen als gelijkmatig verdeeld. Daar had nog een belastinggeval bij gemoeten: voor éénzijdig hellende overkappingen de resultante van de windbelasting als puntlast op 1/4 van de overspanning. Zie NEN6702 A.3 opmerking 4. Dit geval is meestal maatgevend voor lichte daken met éénzijdige overkapping. Mogelijk zijn de windgevallen in het ingestorte deel ook alleen gelijkmatig aangenomen.

Constructeur Klaas van Gemerden voegt toe:

In document 988191 bladzijde 8 is een berekening uitgevoerd op het bezweken detail in een ander spant met dezelfde profilering. De berekening is niet correct in mijn optiek en voldoet niet aan de voorwaarden voor een stuikverbinding conform NEN 6772 zoals van toepassing verklaard. In document 988193 blz 37 staan hogere belastingen vermeld, wat verder opvalt is ontbreken van een duidelijk beschreven geval permanente belastingen. Verder lijkt het erop dat de winddruk gerekend 1 kN/m2 is ipv 1.23 kN/m2 zoals gesteld in de hoofdberekening 988192 blz 5-7. 988193 wordt genoemd als maatgevend spant bouwdeel C, de maatvoering lijkt overeen te komen met het grootste spant. Als we naar de belastingen kijken en we nemen de 8m hoh maat van de spanten in gedachten mee, lijken de belastingen wel erg aan de magere kant en niet in overeenstemming met 988193 t.a.v. b.v. sneeuwbelasting. Het windverband is flink excentrisch aangesloten ook dit lijkt nergens meegenomen. 

Docent Sander Pasterkamp merkt het volgende op:

In berekening document 988169 staat op pagina 10 (blad 06) een berekening “Detail knoop 15”. Dit detail lijkt op de gescheurde knopen in het stadion. Bij de berekening van de lassen wordt de volledige omtrek van de koker meegenomen, terwijl de koker aansluit op een uit platen samengesteld H-profiel. Alleen de boven- en onderflens zullen meewerken; de verticale delen van de koker kunnen hun kracht alleen overdragen via buiging in het kopschot, en zullen dus pas iets gaan doen als de flenzen (en de lassen) grote vervormingen hebben ondergaan.

Plus: het lijkt erop dat hier twee kopplaten tegen elkaar worden gelast.

Heeft u een vraag, een aanvulling of betrapt u ons op een fout? Mailt u dan onze helpdesk.