Bouwen met Staal | Veelzijdig, flexibel, duurzaam Bouwen met Staal

EU-harmonisatie EN 1090-1 nog niet op rolletjes

Omdat EU-harmonisatie van de EN 1090-1 nog niet op rolletjes loopt, is de handhaving ervan tijdelijk opgeschort voor fabrikanten die zowel de fabricage en de montage zelf uitvoeren. ILT blijft wel controleren.

 

« terug naar Nieuws

Directe aanleiding is de constatering van de Metaalunie dat in verschillende Europese landen verschillend wordt gehandhaafd. Na vragen hierover van de Metaalunie aan de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) besloot de toezichthouder, die is ondergebracht bij het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, de handhaving bij fabrikanten die een gemonteerde constructieve staalconstructie leveren als onderdeel van een gebouw of bouwwerk en waarbij de fabricage in de fabriek en de montage op de bouwplaats beiden worden uitgevoerd door deze fabrikant, tijdelijk op te schorten.

‘Dat de handhaving is opgeschort, betekent niet dat deze niet kan worden hervat. Metaalunie raadt bedrijven aan om zich te blijven voorbereiden op inspecties en controles op naleving van de CPR zoals we gewend zijn’, aldus Peter van der Mars, beleidssecretaris Metaalunie, in een persbericht van 20 december 2017. Klik hier voor meer hierover.

De eerste reactie(s) uit de staalbouwindustrie waren even snel als hard. Zo sprak Hans van de Bersselaar van Jos van den Bersselaar Constructie: ‘We hebben met elkaar een systeem opgezet om de kwaliteit van staalconstructies te verbeteren. Veel staalconstructie bedrijven hebben daarin de laatste jaren veel geïnvesteerd, met hoge kosten, bedrijven kunnen zich nu onderscheiden in de markt door zich te kwalificeren voor bepaalde uitvoeringsklassen. Die kosten en inspanningen lijken op deze manier plots ten einde te worden gebracht. En nu is het voor de markt ook niet meer helder, en komt de kwaliteit onbedoeld in het geding.’

Bert van Beek, directeur van Willems Boven Leeuwen en de vertegenwoordiger voor Nederland in de Europese commissie die verantwoordelijk is voor EN1090-1, nuanceert de uitspraken van de ILT en Van den Bersselaar. De tijdelijke opschorting van de handhaving geldt alleen voor fabrikanten die de door hen geproduceerde onderdelen zelf monteren. In alle andere gevallen blijft de handhaving bestaan. Bovendien blijven er òòk als er wel zelf wordt gemonteerd wel inspecties bestaan, er worden alleen geen boetes uitgedeeld. Een voordeel van de opstelling van ILT is dat Europa nu wel gedwongen is om heldere uitspraken te doen waaraan alle lidstaten zich zullen moeten conformeren, waardoor er een einde komt aan de verschillende interpretaties per lidstaat. ILT zegt hierover zelf in een reactie aan de metaalunie:
“ILT snapt dat dit punt voor de sector heel onwenselijk is. Immers, de verschillen in standpunten leveren daarbij problemen op. Dat is juist de reden dat ILT er nu voor kiest om (nu) niet actief te handhaven totdat de Europese Commissie over deze specifieke situatie een duidelijk standpunt inneemt en er sprake is van een uniforme aanpak in Europa”

Daarnaast is het zeker niet zo dat de inspanningen van de vele bedrijven om hun kwaliteitssystemen aantoonbaar op orde hebben voor niets geweest. Als aangegeven geldt het opschorten alleen voor de onderdelen die door de fabrikant zelf worden gemonteerd. Veel fabrikanten leveren ook onderdelen die zij niet zelf monteren, waarvoor de handhaving gewoon van kracht blijft.

Maar nog belangrijker dan de handhaving op zich is het feit dat EN 1090-2 en EN 1090-3 intussen zodanig gemeengoed geworden zijn dat vrijwel iedere opdrachtgever eist dat een fabrikant gecertificeerd is volgens EN 1090-1, waarmee wordt aangetoond dat het deze fabrikant werkt volgens de eisen van EN 1090-2 en EN 1090-3. Dit zal niet veranderen als de handhaving op EN 1090-1 voor bepaalde onderdelen wordt opgeschort. Feit is dat door de invoering van de EN 1090-serie de staalbouwbedrijven een enorme kwaliteitsslag hebben gemaakt, aldus een veelgehoorde opinie.