Programmering en ontwerp

Staal is snel en economisch, licht en prefab, industrieel, flexibel en demontabel en recyclebaar op materiaal-, bouwdeel- en gebouwenniveau. Daarom is staal – al decennia lang – het favoriete materiaal voor de draagconstructie en dak- en gevelbeplating van hallen.


Hallen zijn gebouwen met één bouwlaag die een relatief grote ruimte omvat. De staalconstructie, inclusief bekleding, heeft als primaire functie de inhoud te beschutten tegen weer en wind.

Hallen hebben uiteenlopende bestemmingen en daardoor ook verschillende overspanningen: van een bedrijfshal met een overspanning van 15 meter tot een overspanning van 100 meter of meer voor een vliegtuighangar. Andere bestemmingen zijn: fabriekshallen, opslagloodsen, overslagstations, luchthaventerminals, scheepsbouwloodsen, stationshallen, tentoonstellingsgebouwen, evenementenhallen en sporthallen. Ook open en halfopen overkappingen van stadions en stations
worden tot de hallen gerekend.

Voorbeelden van stalen hallen: Weipoederfabriek (Westbeemster), Brabanthallen (Den Bosch), Zwembad Leeghwaterbad (Purmerend)

 

Voorbeelden van stalen hallen: Popcentrum Mezz (Breda), Bedrijfsgebouw Silverforum (Eindhoven), Tentoonstellingspaviljoen Antje Drijver (Utrecht).

 

Bedrijfsgebouw Transeuro Nijman (Rotterdam).


Draagconstructie

Hallen hebben een draagconstructie om de optredende belastingen naar de fundering over te kunnen dragen. Vaak wordt er een functiesplitsing toegepast tussen de dragende en de beschuttende functie. Die beschuttende functie wordt vervuld door een scheidingsconstructie zoals het dakvlak of de wanden.


Hal met scheidingsconstructie, belastingen en hoofddraagconstructie

Onderdelen van de hoofddraagconstructie zijn gordingen, dakliggers, wind- of stabiliteitsverbanden, de regels in de wanden en alle onderdelen die de krachten naar deze wind- of stabiliteitsverbanden overbrengen.
Stabiliteitsverbanden komen liggend en staand voor: liggend in het dakvlak waar ze bestaan uit relatief stijve vakwerken (ook wel windliggers genoemd) en staand in de gevel waar ze ook bestaan uit relatief stijve vakwerken (ook wel windbokken genoemd).
De verschillende onderdelen van de hoofddraagconstructie kunnen scharnierend met elkaar worden verbonden. Ook is het mogelijk de dakliggers en kolommen stijf te verbinden, zodat in de dwarsrichting van de hal ongeschoorde raamwerken (portalen of spanten) ontstaan.