Bouwen met Staal | Veelzijdig, flexibel, duurzaam Bouwen met Staal

Nieuws

« terug naar Kosten

ABN AMRO: 'Bouw accepteert faalkosten?'

18 april 2019

Het gaat goed met de bouw: het bouwvolume is hoger dan vóór de crisis en de orderportefeuilles bereiken inmiddels recordhoogten. De winstmarges van bouwbedrijven blijven echter laag. Faalkosten spelen hierbij een belangrijke rol, zo blijkt uit de enquête ‘Verspilde moeite’ van ABN AMRO onder bedrijven in de bouw- en vastgoedsector.

Bijna vier van de tien ondervraagde bedrijven schat hun faalkosten in op 5 procent van de aanneemsom. Negen procent van de geïnterviewden meent dat de faalkosten zelfs 8 procent of meer bedragen. In totaal lopen de faalkosten in de sector uiteindelijk jaarlijks op tot miljarden euro’s. Faalkosten zijn de extra kosten voor herstel van werkzaamheden die niet volgens de specificaties zijn uitgevoerd of niet voldoen aan de verwachtingen van de klant.

Aan de enquête van de bank hebben 151 personen deelgenomen. Het leeuwendeel is actief als hoofdaannemer (26 procent) of onderaannemer (21 procent). Ook ontwikkelaars, adviseurs, installateurs, leveranciers en producenten behoren tot de onderzoeksgroep. De meeste deelnemers vervullen een eindverantwoordelijke functie binnen hun bedrijf.

De hoofdaannemers en onderaannemers schatten hun faalkosten relatief laag in. Van de hoofdaannemers denkt 67 procent dat hun faalkosten lager uitvallen dan 5 procent. Bij de onderaannemers is dat 54 procent. Daarentegen geeft 10 procent van de beide disciplines aan dat de faalkosten boven de 8 procent uitkomen. Maar liefst 58 procent van de ondervraagde producenten komt met meer dan 5 procent faalkosten. Opmerkelijk, volgens ABN AMRO, omdat de productie van materialen plaatsvindt in de fabriek, in een gecontroleerde omgeving. Hierdoor zouden de faalkosten juist gering moeten zijn.

De faalkosten komen meestal ‘te voorschijn’ in de uitvoeringsfase van bouwprojecten. 54 Procent van de enquêtedeelnemers ziet de faalkosten in dit stadium ontstaan. 32 Procent, waaronder relatief veel ontwikkelaars en installateurs, brengt de faalkosten onder in de ontwerp- en bouwvoorbereidingfasen.

De faalkosten in de uitvoeringsfase zijn deels terug te voeren op de huidige hoogconjunctuur in de bouw en deels op voorbereidingsfouten die tijdens de uitvoering aan het licht komen. Tijdsdruk is de meest genoemde oorzaak: veel werk dat snel klaar moet zijn, leidt tot fouten. Een tweede belangrijke oorzaak is een slechte werkvoorbereiding waaronder ook fouten in ontwerp, planning, inkoop en logistiek vallen.

Hoogte faalkosten t.o.v. aanneemsom (in %).

Faalkosten in de bouw zijn hardnekkig en komen zowel in een hoog- als laagconjunctuur voor, vindt ABN AMRO. Bij laagconjunctuur schrijven bouwbedrijven vaak te laag in op aanbestedingen en accepteren ze teveel risico’s. Hierdoor wordt ‘t moeilijk om binnen budget en planning te werken. In de huidige hoogconjunctuur zijn faalkosten vaak het gevolg van de hoge tijdsdruk, de schaarste aan materieel en vooral het tekort aan gekwalificeerd personeel. Bovendien geeft de laagste prijs bij veel aanbestedingen nog steeds de doorslag. Volgens de bank lijken faalkosten daarom een bijna geaccepteerde inefficiëntie in de bouwsector. De enquête wijst ’t uit: 90 procent van de bouwbedrijven is zich bewust van de faalkosten in hun bedrijf. Maar ruim een kwart laat weten dat het terugdringen van de faalkosten binnen de onderneming geen prioriteit heeft.

Om de faalkosten te verlagen, zijn langjarige samenwerking en gestandaardiseerde processen cruciaal, aldus ABN AMRO. Juist in een sector waarin veel partijen één product maken, is goede samenwerking en communicatie essentieel. Hiermee zijn veel fouten te voorkomen. De deelnemers aan de enquête kunnen zich daarin vinden: het werken met vaste partners en vast personeel is volgens de meeste van hen het probate middel tegen faalkosten.

Ook vinden ze de kwaliteit van het personeel en de communicatie met de medewerkers op de bouwplaats belangrijk. Hierdoor kun je gemakkelijker kennis delen. Kennis die is opgedaan tijdens de uitvoering, zou dan wel weer moeten worden ingebracht in de voorbereidingsfase. Dan verloopt ‘t een volgende keer wel goed (of nog beter). Andere adviezen van de bank: besteedt meer tijd aan de eisen en wensen van de opdrachtgever, maak een realistische planning en breng eventuele risico’s snel in kaart en maak ze bespreekbaar. Dat helpt om de faalkosten (verder) terug te dringen.


EIB: 'Bouwproductie sterk gestegen'

4 februari 2019

De productie in de bouw is het afgelopen jaar opnieuw fors gestegen, voor het vierde achtereenvolgende jaar. De stijging bedraagt 6,5%. Dat komt neer op 4 miljard euro. Het totale productieniveau is hiermee toegenomen tot 70 miljard euro. Het productieverlies, ontstaan tijdens de crisis, is nu volledig ingelopen. En de groei zet de komende jaren stevig door, aldus de studie 'Verwachtingen bouwproductie en werkgelegenheid 2019' die het EIB (Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid) onlangs heeft afgerond.

In 2018 blijkt de productiegroei vrij evenwichtig verdeeld over de verschillende deelsectoren van de bouw: 6% meer in de woningbouw, 7,5% in de utiliteitsbouw en 5% infrastructuur. Ook zijn in alle deelsectoren de investeringen omhoog gegaan. In nieuwbouw van woningen is 9% meer geïnvesteerd, in utiliteitsbouw – nieuwbouw zelfs 11%. De nieuwbouw- en herstelprojecten in de infrastructuur moeten het gezamenlijk doen met een plus van 6%. Dat is nog altijd aanzienlijk meer dan wat aan extra's is gestoken in onderhoud van grond-, weg- en waterwerken.

Ook de werkgelegenheid in de bouw blijft in de lift zitten. In 2018 zijn er 16.000 arbeidsjaren bijgekomen, waarvan 10.000 onder werknemers van bedrijven en 6.000 onder zzp-ers. Zo is de bouw er voor het tweede jaar op rij in geslaagd de arbeidscapaciteit fors uit te breiden. Het totaal aantal arbeidsjaren in de bouw staat nu op 442.000.

2019, 2020

Over de komende twee jaar wordt gerekend op nog eens 25.000 arbeidsjaren extra. Ook de bouwproductie blijft doorgroeien. Zowel in 2019 als 2020 komt het groeicijfer naar verwachting op zo'n 5% uit.

De woningnieuwbouw kan ook in 2019 weer een stevige groei laten zien. Wel vlakt de groei waarschijnlijk iets af, vergeleken met 2018. De stabilisatie van het aantal vergunningen in 2018 speelt hierbij een rol. De condities op de woningmarkt blijven echter gunstig, de orderportefeuilles zeer goed gevuld en het productievolume per woning stijgt mede als gevolg van scherpere duurzaamheidseisen.

De groei van de herstel- en verbouwinvesteringen is dit jaar bescheiden, maar kan in 2020 weer aantrekken als de terugval in transformaties van kantoren naar woningen is verwerkt.

De investeringen in de utiliteitssector groeien sterk de komende twee jaar, met gemiddeld 7,5% per jaar. Dat zit 'm onder meer in de sterke stijging van vergunningafgiften in 2018.

In de grond-, weg- en waterbouw kan de groei van de investeringen volgend jaar zelfs in de dubbele cijfers terecht komen. Eerder gereserveerde publieke budgetten zijn het afgelopen jaar namelijk maar ten dele besteed. Bovendien nemen de investeringen van marktpartijen flink toe. Volgend jaar valt de stijging waarschijnlijk minder groot uit, maar met een groei van 5% blijft de gww-sector 't ook in 2020 goed doen.

2021, 2022, 2023

Na zes jaren van stevige groei komt de bouwproductie op middellange termijn tot bedaren. Bij aanvang van de periode 2021–2023 ligt de productie op een niveau van 77 miljard euro. Dat is 10% boven het huidige niveau en eveneens 10% boven het niveau van vlak vóór de crisis. Zowel in 2021 als 2022 en 2023 neemt de productie jaarlijks met 2 tot 3% toe, zo verwacht het EIB. Eind 2023 komt het productieniveau dan uit op zo'n 83 miljard euro.

Het streven naar duurzaamheid gaat er volgens het EIB voor zorgen dat ook op middellange termijn een solide groei haalbaar is bij een toch hoog productieniveau. Duurzaamheid werkt door in de nieuwbouw, waarbij het productievolume per woning of gebouw blijft stijgen. Ook in de bestaande gebouwenvoorraden (woningen, kantoren, overige functies) geeft de versterkte focus op duurzaamheid een steeds grotere impuls aan herbestemmingen, renovaties en meer kleinschalige aanpassingen van bestaande bouw. Verder wint verduurzaming ook steeds terrein bij nieuwbouw en renovatie in de infrastructuur.

De werkgelegenheid in de bouw neemt in de periode 2021-2023 met 17.000 arbeidsjaren toe. Dat komt neer op een groei van 1¼% per jaar. De groei is dan wel merkbaar afgevlakt in vergelijking met de huidige groei. Vanaf 2021 stijgt het aanbod van arbeid vanuit de opleidingen, waardoor de arbeidsmarkt in die drie jaren weer goed in balans kan komen. Eind 2023 zit de bouw waarschijnlijk op bijna 485.000 arbeidsjaren. Daarmee is de werkgelegenheid in de sector voor het eerst weer boven het niveau van net vóór de crisis.

  • Een gedrukt exemplaar van het onderzoeksrapport 'Verwachtingen bouwproductie en werkgelegenheid 2019' is hier te bestellen.
  • Foto: Koningin Máximabrug (Alphen aan den Rijn) in uitvoering. (architectuur: Syb van Breda architects, constructief ontwerp en staalbouw: Hollandia Infra, © Mobilis | De Bouwfotografe).

14 november 2018

Tijdens de internationale metaalvakbeurs Euroblech in Hannover, afgelopen maand, spraken velen nog de verwachting uit dat de staalprijzen dit jaar nog stabiel blijven maar in het eerste kwartaal van volgend jaar gaan stijgen. Tata Steel, bijvoorbeeld, zou een prijsstijging van 20 euro per ton willen doorvoeren. Door de laatste ontwikkelingen in de staalproductiebranche wordt de kans op hogere prijzen voor 2019 weer in toenemende mate in twijfel getrokken. Dat meldt staalleverancier NovioStaal in de novembereditie van haar Staaljournaal.

'Diverse factoren beïnvloeden het sentiment op de staalmarkt steeds meer. De wijze waarop de naderende Brexit nu werkelijk gaat plaatsvinden, de handelsoorlog tussen China en de Verenigde Staten, alsmede die tussen Turkije en de VS, de politieke en economische problemen in Italië, de gereduceerde automobielproductie in Duitsland als gevolg van de nieuwe testmethode, de eventuele voorzetting van de importheffingen waarover de EU-Commissie in december gaat besluiten, het afnemende vertrouwen over de economische groei binnen de EU en de onzekerheid over de renteontwikkelingen in 2019.'

'Dat zijn zomaar enkele ontwikkelingen, die de staalmarkt raken en onzeker maken. Maar er is nog meer! In China wordt naar verwachting een record hoeveelheid ruwstaal geproduceerd. Vorig jaar bedroeg de productie nog 831,7 miljoen ton, maar voor dit jaar wordt meer dan 900 miljoen ton verwacht. Tegelijkertijd spreekt de Chinese regering enerzijds over maatregelen om de economie te stimuleren en beweert zij productiebeperkingen in de staalindustrie op te leggen, anderzijds moet worden vastgesteld dat nog niet veel van de stimuleringsmaatregelen gemerkt wordt. Daar dreigt dus een enorm overschot aan staalproducten, maar tegelijkertijd wordt de Chinese export gehinderd door wereldwijde importheffingen. Diverse experts verwachten daarom prijsdalingen op de Chinese markt.'

Europese staalindustrie

'Intussen echter gaat de consolidatie op de Europese staalmarkt gewoon door. Liberty Steel, dat eerder dit kwartaal al enkele productie-eenheden van ArcelorMittal in Midden- en Zuid-Europa overnam, heeft onlangs ook enkele verzinklijnen van dit concern in België en Luxemburg gekocht. Met deze verkoop kwam de weg vrij voor ArcelorMittal om het Italiaanse ILVA definitief in handen te krijgen. Het Braziliaanse CSN probeert nu twee fabrieken in Europa af te stoten. In Portugal wil het de staalwalserij Lusosider (vooral bekleed plaatstaal) kwijt en in Duitsland Stahlwerk Thüringen (lange producten, zoals balkstaal en profielen). Welke de geïnteresseerde partijen voor de overname zouden zijn kunnen we nu nog niet melden, maar het zal waarschijnlijk weer leiden tot verandering van de machtsverhoudingen in de Europese Staalindustrie.'

Hoe de prijsontwikkeling de komende tijd zal zijn, is dus erg onduidelijk. Veel insiders denken niet dat de prijzen omhoog zullen gaan, eerder stabiel zullen blijven. Dat laatste is eigenlijk een meer traditionele ontwikkeling tijdens deze periode van het jaar. Van de andere kant zullen de fabrieken vooral schermen met hogere kosten en daarom blijven hameren op een stijging.'

Noviostaal geeft per 7 november 2018 de volgende indicaties voor de circa fabrieks-staalprijzen voor coils en kwartoplaat in euro per ton:

  • Warmgewalste coils: 550-570
  • Koudgewalste coils: 620-645
  • Sendzimir verzinkte coils: 655-675
  • Kwartoplaat: 610-635

In november 2018 dalen de staalprijzen bij alle soorten ten opzichte van de maand ervoor. De fluctuaties variëren van 0 tot –20 euro per ton.

  • Foto: Tata Steel / Rob van Esch.

Staalprijzen komende maanden stabiel of licht omhoog

20 juli 2018

De komende maanden blijft de staalprijs stabiel of ondergaat een slechts geringe stijging. Maar voor het gehele tweede halfjaar 2018 geldt dat de ontwikkeling van de staalprijzen zeker mede af gaat hangen van de eventuele komst en de reikwijdte van importheffingen. Dat stelt directeur Lex Coenen van Noviostaal in het corporate magazine ‘Het Staaljournaal’ van 13 juli.

Coenen: ‘De steeds harder wordende discussie over importheffingen tussen de VS en China beginnen in het Aziatische land zelf al de nodige problemen op te roepen. Juist terwijl China in de eerste 5 maanden van 2018 meer staal (+6,2%) produceerde dan dezelfde periode in 2017, nam de export met circa 16 procent af.’

‘Maar doordat de VS nog meer aanvullende importheffingen heeft ingevoerd, zal die uitvoer waarschijnlijk nog verder gaan dalen. Dit terwijl de binnenlandse afzet afneemt vanwege klimatologische omstandigheden. De hoge temperaturen en het erg regenachtige weer hindert allerhande bouw- en constructiewerkzaamheden, waardoor de behoefte aan staal ook onder druk is komen te staan. Als gevolg daarvan zijn op landelijk niveau de voorraden opgelopen tot ca. 11 miljoen ton waar normaal minder dan 10 miljoen gebruikelijk is.’

‘Insiders verwachten dan ook, dat de binnenlandse staalprijzen gedurende de zomermaanden – ondanks oplopende prijzen voor het basismateriaal – zwak zullen blijven. De grote vraag is nu waar China het overschot tussen staalproductie en binnenlandse staalconsumptie kwijt zal raken. Want weliswaar is het land, naar het zegt, de staalproductiecapaciteit aan het afbouwen, maar die capaciteit is nog steeds veel groter dan het eigen staalverbruik.’

‘In de periode januari tot en met juni 2018 is de hoeveelheid geïmporteerd staal in de VS in vergelijking met dezelfde periode in 2017 gedaald met 6,6 procent. Zuid-Korea was in die periode met 1,7 miljoen ton de grootste exporteur naar de VS, wat echter een daling van ca. 10 procent betekent. Dit kan mede verklaren, waarom de binnenlandse staalprijzen in de VS op het hoogste niveau zijn sinds de crisis in 2008.’

Europa

In Europa is het wachten op nieuwe importheffingen, die de EU binnenkort wil invoeren ter bescherming van de Europese staalindustrie. Coenen: ‘De meningen over deze heffingen zijn binnen de staalwereld wel erg verdeeld. Staalfabrikanten die zelf staal produceren, dat wil zeggen koken, gieten en walsen, zijn voorstander. Echter walserijen, die zelf geen staal maken, maar alleen walsen en dus zelf plakken resp. knuppels moeten toe kopen, zien hun omzetmogelijkheden sterk beperkt worden, omdat hun inkoopprijzen fors dreigen te gaan worden. Ze zijn dan ook faliekant tegen deze nieuwe heffingen.’

‘Los van deze onenigheid bestaat ook de vrees dat de staalmakers de nieuwe heffingen zullen gebruiken om hun tarieven aan te passen. Wel is het zo dat de meeste staalproducenten goed gevulde orderboeken hebben. Sommige fabrieken beweren zelfs levertijden tot in november te hebben. Is dat inderdaad zo, dan staan ze sterk bij de onderhandelingen voor nieuwe bestellingen.’

‘De voorraden bij de grote staalafnemers waren in april nog hoog, maar zijn in de loop van het kwartaal behoorlijk gedaald als gevolg van een afwachtende houding bij het aangaan van nieuwe contracten. Toch zullen ook zij de voorraden weer moeten gaan aanvullen en kunnen zij juist in verband met die oplopende levertijden niet te lang wachten met het plaatsen van nieuwe opdrachten.

‘Aangezien er relatief weinig importmateriaal wordt aangeboden, zal er meer bij de Europese fabrieken gekocht gaan worden. Ons vermoeden is dan ook dat de komende maanden het prijsniveau stabiel tot licht stijgend zal zijn. De mate en reikwijdte van de verwachte aanvullende importheffingen zullen vermoedelijk mede bepalend zijn voor de prijsontwikkelingen in de tweede helft van 2018.’

Noviostaal geeft per 13 juli 2018 de volgende indicaties voor de circa fabrieksstaalprijzen voor coils en kwartoplaat in euro per ton:

  • Warmgewalste coils: 555–570
  • Koudgewalste coils: 630–645
  • Sendzimir verz. coils: 675–690
  • Kwartoplaat: 615–625

Vergeleken met juni 2018 zijn in juli 2018 de prijzen van alle soorten coils gedaald. De prijzen van kwartoplaat zijn wel omhoog gegaan.

  • Foto: Akker Metaal.

Bouwproductie terug op niveau van vóór de crisis

28 mei 2018

De productie in de bouw heeft per begin dit jaar weer hetzelfde volume als in 2008, vóór het uitbreken van de crisis. Dat constateert ING Economisch Bureau in het onlangs verschenen ‘Vooruitzicht bouw’. Door de groeiende vraag naar bouwmaterialen stijgen de inkoopprijzen voor bouwondernemingen. De problemen die dit geeft, zijn echter incidenteel, aldus ING. De rendementen van kunnen gelijk blijven of zelfs verder toenemen. Ook het beperkt aantal faillissementen van bouwbedrijven wijst erop dat de hogere inkoopkosten niet massaal tot verliezen leiden.

In februari 2018 bereikte de bouwproductie in ons land weer de top van het najaar 2018, net vóór de crisis. Hiermee is de sterke krimp gedurende de afgelopen jaren – zo’n 25% – weer weggewerkt. De ING-economen verwachten dat de bouwproductie verder groeit, maar wel op een lager niveau dan de voorbije maanden. Tekorten in materiaal en personeel zetten een rem op de productiegroei. Ook kan de productiegroei onder druk komen doordat de afgifte van bouwvergunningen voor nieuwbouwwoningen al enkele maanden nauwelijks meer toeneemt.

Door de enorm toegenomen vraag van de afgelopen jaren naar bouwmaterialen stijgen de prijzen. Hierdoor zijn eerder aangenomen projecten soms tegen te lage inkoopprijzen van bouwmaterialen gecalculeerd. Nu de inkoopprijzen stijgen en ook de (cao) lonen omhoog gaan, zet dit de marges van projecten onder druk. In het algemeen leidt dit niet tot meer verliezen. Slechts 7% van de bouwbedrijven geeft aan in het eerste kwartaal 2018 minder winst te maken dan in het laatste kwartaal 2017. De meeste aannemers maken juist meer winst of in elk geval evenveel.

Dat bouwbedrijven, ondanks de hogere inkoopkosten, over het algemeen geen verlies maken, is te danken aan toegenomen arbeidsproductiviteit. In de jaren 2014-2017 is de arbeidsproductiviteit met meer dan 20% gestegen. Bouwbedrijven hebben voldoende projecten in portefeuille, waardoor personeel doelmatiger in te zetten. De efficiëntie neemt zo toe en biedt tegenwicht tegen hogere (uur)tarieven. De algemene kosten van het bouwbedrijf kunnen worden verdeeld over een grotere omzet. Bovendien vinden bouwbedrijven soms ook de ruimte om met de opdrachtgever opnieuw te onderhandelen over de eerder overeengekomen aanneemsom.

‘Bouwbedrijven die door de hoge inkoopprijzen verlies maken en failliet gaan, zijn meer uitzondering dan regel’ aldus senior-econoom Maurice van Sante van het ING Economisch Bureau. ‘Dit is ook terug te vinden in de faillissementscijfers. In het eerste kwartaal van dit jaar zijn slechts 67 bouwbedrijven failliet gegaan. Dit is samen met het derde kwartaal 2017 het laagste aantal faillissementen in de sector van dit decennium.’

  • Foto: Stationsplein Oost (Utrecht) in aanbouw (© Bouwen met Staal).
  • Grafieken: ING Economisch Bureau.
  • www.ing.nl/zakelijk

‘Bouwkosten blijven stijgen, zeker tot 2020’

13 april 2018

De stijging van de bouwkosten gaat de komende jaren nog onverminderd voort en in een stevig tempo. De kentering is pas in 2022. Dat verwacht BDB, kenniscentrum in bouw(kosten)data, op grond van haar recente analyses.

‘Afgelopen jaar zijn de bouwkosten met 7,5 procent gestegen. Dit zal de stijging weer op zo’n percentage uitkomen’, voorspelt Ted Peek, general manager bij BDB. Structureel zijn de bouwkosten sowieso 2,5 procent gestegen. Hierbij gaat ’t om stijging van bouwproductiekosten als gevolg van hogere arbeidslonen en duurdere materialen, los van een veranderde vraag en omstandigheden in de markt. Bovenop deze structurele 2,5 procent komt nog eens een conjuncturele stijging van 5 procent doordat de vraag alsmaar toeneemt en het aanbod daarbij achterblijft.

‘Daaromheen zit nog een bandbreedte van 10 procent’, aldus Ted Peek ‘Als opdrachtgever in de bouw moet je daar de komende jaren nadrukkelijk rekening mee houden. Maar het is ook een factor van belang bij het aannemen van bouwopdrachten tegen een ‘fixed price’, wat in de bouw heel gebruikelijk is. Bouwers kunnen zelf eveneens in de problemen komen als een project moet worden gebouwd tegen een te laag budget.’

Attent op tussentijdse stijging

Na het binnenhalen van de opdracht wordt bij veel projecten ruim 80 procent extern ingekocht. Daarbij rekenen toeleveranciers en onderaannemers vaak ook met fiks hogere prijzen. De Brabantse bouwgroep Moonen werd slachtoffer van dit nieuwe fenomeen. Vorige week vroeg de onderneming faillissement aan. Stijgende bouwkosten gaven het laatste zetje, waardoor rekeningen niet meer betaald konden worden. Daarbij speelde ook mee dat veel (bouw)bedrijven als Moonen tijdens de crisis door hun reserves zijn heen geraakt.

Wie de rol van hoofdaannemer op zich neemt, moet opletten niet zelf in die mangel terecht te komen. Toch gebeurt het bijna nooit dat in het contract bepalingen zijn opgenomen voor tussentijds stijgende kosten. Op z’n best volgt een contract de indexering van het CBS, maar deze cijfers lopen altijd iets achter de laatste stand van prijzen aan. Een recent praktijkvoorbeeld betreft de bouw van de nieuwe Pathé-bioscoop in Leeuwarden die stil is komen te liggen omdat opdrachtgever en bouw niet uitkomen met het beschikbare budget. De bouwkosten blijken intussen te sterk gestegen.

Ontwikkeling van de conjuncturele bouwkosten. De kostenstijging bereikt in 2020 het hoogtepunt (BDB).

De trend van de stijgende kosten is min of meer gelijkmatig voor de gehele bouw, constateert BDB. Peek signaleert hierbij geen unieke ontwikkeling, maar wel de duidelijke conjuncturele schommeling die na een aantal jaren de andere kant op meandert. Na zeven magere jaren volgen weer zeven vette jaren: van een markt met overcapaciteit en duikgedrag naar een overspannen markt met kieskeurige bouwers die meer kunnen vragen.

Pieken in 2019/2020

Peek: ‘Over één of twee jaar zullen projecten met te hoge risico’s als eerste terzijde worden geschoven. Bouwers kunnen dan weer kiezen en kiezen logischerwijs voor projecten met een relatief hoge marge en een gunstig risicoprofiel. We gaan naar een periode waarin opdrachtgevers blij zullen zijn met een of twee inschrijvingen. Zo krap zal het nog worden.’

BDB verwacht de hoogste prijspieken in 2019/2020. Daarna, rond 2022, volgt een kantelpunt van hoog naar laag conjunctuur. Aanbestedingen zullen dan meer onder druk komen te staan en ook vaker mislukken, schat Peek in. ‘Dan is er een groot probleem. Dan is je onderhandelingspositie aanzienlijk minder sterk en moet onder hoge druk worden gepraat over extra budgetten, maar meestal over versoberingen of optimalisaties. Daar wordt zowel de opdrachtgever als de uiteindelijke gebruiker doorgaans niet blij van’. Veel opdrachtgevers, zo weet Peek, willen zo’n situatie voorkomen en in eerste instantie zorgen voor een goed onderbouwd en toekomstvast budget en vóór aanbesteding de aanbestedingsrisico’s in kaart laten brengen.

Prijsschommelingen in cycli van zeven tot elf jaar

Niet voor niets zijn veel opdrachtgevers nu al terughoudend met het bekendmaken van ramingen of communiceren ze opzettelijk een scherp budget. Peek: ‘Meer budget betekent zeker niet zomaar meer kwaliteit. Een goede voorbereiding en een goed contract voor beide partijen zijn veel belangrijkere ingrediënten voor een gewenste prijsvorming. Wijzigingen achteraf, daar betaal je extra voor. We houden de bouwkostenontwikkelingen sinds 1946 bij en zien de schommelingen in pieken en dalen met een cyclus van zeven tot elf jaar optreden. Je zou zeggen dat opdrachtgevers anticyclisch zouden moeten aanbesteden om de pieken en dalen af te vlakken. Maar dat gebeurt bijna nooit.’

Als het goed gaat met de Nederlandse economie en de budgetten er zijn, komen er meer projecten op de markt en stijgen de inschrijfsommen. En wanneer overheden en andere opdrachtgevende partijen moeten bezuinigen, worden op een gegeven moment alleen de noodzakelijke dingen gedaan en ziet de bouweconomie er volledig anders uit. Zo gaat het al jaren en ik zie dat niet zomaar veranderen.’

  • Foto: gemeente.nu

Importheffingen Europees staal en aluminium voorlopig van de baan

23 maart 2018

De Amerikaanse heffingen op de import van staal en aluminium gaan voorlopig niet gelden voor de EU. Handelsgezant Robert Lightizer heeft in de Amerikaanse Senaat gezegd dat de EU, Argentinië, Brazilië, Australië en Zuid-Korea een uitzonderingspositie krijgen. Officiële berichtgeving zal nog volgen. De commentaren van werkgevers in de Europese metaalindustrie en hun vertegenwoordigers zijn begrijpelijkerwijs niet van de lucht. WINSTAAL brengt de reactie van een van de Nederlandse belanghebbenden: Ineke Dezentjé Hamming, voorzitter van ondernemersorganisatie FME.

'Intussen liggen er veel Nederlandse schepen met staal en aluminium te wachten voor de Amerikaanse kust. Het is erg dat je hier mee te maken krijgt', reageert Ineke Dezentjé Hamming. 'Op het moment dat heffingen worden aangekondigd, is het staal al verkocht en onderweg en wie gaat daar de prijs van betalen? We moeten er dus alles aan doen om te voorkomen dat die maatregelen worden getroffen.'

Ook in Amerika zitten ze niet te wachten op de importheffingen. De ondernemers daar worden ook ernstig gedupeerd, meent Dezentjé Hamming. 'President Bush heeft in 2002 die maatregel ingevoerd. Dat heeft geleid tot 200.000 verloren banen in Amerika. Dus hij heeft dat in 2003 heel snel weer ingetrokken. Ik hoop dat de heer Trump daar een voorbeeld aan neemt.'

Alleen maar verliezers

Het zwartste scenario zou volgens Dezentjé Hamming zijn dat de producten uit de EU geen uitzondering krijgen. 'Dat gaat natuurlijk een enorme klap betekenen. Alleen al een bedrijf als Tata Steel exporteert 500 miljoen jaarlijks naar Amerika. En dat is staal dat ze daar zelf nodig hebben, dus dit verhaal kent alleen maar verliezers.' Bovendien zou Europa dan waarschijnlijk tegenmaatregelen treffen en dat kan een wereldhandelsoorlog ontketenen die voor Nederland funest is. 'Wij zijn een klein land, maar een groot exportland.'

Koortsachtig werken aan oplossing

Achter de schermen wordt nog steeds koortsachtig gewerkt om een oplossing te vinden. Daarbij is volop steun van de overheid, tot tevredenheid van Dezentjé Hamming: 'Als wij eventueel bij wereldhandelsorganisatie WTO, die gaat over de geschillenbeslechting, een klacht of een claim zouden moeten indienen, dan duurt dat ook weer twee jaar voordat dat is opgelost. En verder heeft president Trump nog niet ingestemd met de rechters die zijn voorgesteld voor de WTO. Als hij dat niet doet, is er straks geen WTO meer, want die is niet meer operationeel na september. Dus hij heeft al heel veel macht in handen.'


​'Trump's importbeperkende actie blijft merkwaardig'

19 maart 2018

Dankzij de onveranderd sterke economie blijft de vraag naar staal in Europa onverminderd groot. Resultaat: volle orderboeken bij de staalfabrieken en stijgende staalprijzen. In de afgelopen vier weken zijn de prijzen van coils en kwartoplaat bijvoorbeeld zo'n 5 tot 10 euro per ton opgelopen. Over het prijsniveau in het derde kwartaal valt nog weinig zeggen. Des te meer over de importbeperkende actie die de Amerikaanse president Trump voor onder meer Europa in petto heeft. 'Dat blijft toch een merkwaardige actie', aldus NovioStaal-directeur Lex Coenen in de laatste editie van de maandelijkse nieuwsbrief van de staalleverancier.

'De importbeperkende actie van Trump blijft een merkwaardige actie, want zowel staalmakers in Europa als ook in Azië beweren alleen hoogwaardige producten te exporteren naar Amerika die de VS zelf niet produceren. In de VS zelf heerst verdeeldheid over de maatregel. Twijfels zijn er bijvoorbeeld bij de fabrieken, zoals walserijen, die niet zelf ruwstaal maken en het basismateriaal moeten toe kopen. Dit basismateriaal wordt zo voor hen erg duur en hun concurrentiepositie wordt verzwakt ten opzichte van de geïntegreerde staalfabrieken, de fabrieken die het hele productieproces van koken, gieten en walsen zelf uitvoeren. Ook verbruikers van hoogwaardige staalkwaliteiten mopperen, omdat duurder basismateriaal leidt tot hogere prijzen voor hun eindproducten.'

Protectionisme niet goed voor innovatie

'In het verleden is gebleken dat een gevolg van protectionistisch beleid en daarmee het verdwijnen van buitenlandse concurrentie is, dat de uitdaging voor innovatie vermindert. In de jaren dertig van de vorige eeuw voerde de VS ook een protectionistisch beleid, overigens net als het Verenigd Koninkrijk ruim 40 jaar terug. Dat heeft geleid tot een sterk verouderde staalindustrie, waardoor die branche in beide landen qua productontwikkeling sterk achter bleef bij die van elders in Europa.'

'De maatregel van President Trump leidde tot bezwaren vanuit alle delen van de wereld. Landen als Canada en Mexico, met de VS verenigd in de Nafta, en Australië reageerden slagvaardiger en zijn na overleg met de VS voorlopig vrijgesteld van deze importheffing. Het blijft afwachten hoe de EU zich in deze kwestie op gaat stellen en vooral hoe het gaat aflopen. Zo vreest de staalfederatie Eurofer dat, indien geen overeenkomst met de VS wordt aangegaan, er in het ergste geval ca. 13 miljoen ton per jaar méér naar Europa gaat komen.'

EU grootste exporteur naar VS, in geld uitgedrukt

'Maar ook dat blijft slechts gissen, immers veel exporterende landen hebben te maken met de importrestricties die de EU de laatste jaren zelf ook ingevoerd heeft. Even wat cijfers: in totaal werd in 2017 door de VS circa 34,5 miljoen ton (mto) staal geïmporteerd. Daarvan leverde de EU zo'n 5 mto, Japan circa 1,7 mto, Zuid-Korea circa 3,4 mto en China circa 0,75 mto. Bij cijfers van China dient echter mogelijk nog extra tonnage te worden geteld, doordat dit land veel materiaal laat walsen in andere landen, zoals Maleisië, Thailand en Vietnam.'

'In volume uitgedrukt is Canada de grootste exporteur naar de VS (16,5%) en neemt de EU met 14,6 procent de tweede plaats in. Echter in geld ($) uitgedrukt, is de EU met een aandeel van 21,4 procent veruit de grootste (wat overigens aantoont dat het inderdaad hoogwaardiger staal is), gevolgd door Canada met 17,6 procent.'

'Volgens insiders wil President Trump met zijn heffing vooral China te treffen, maar raakt hij op deze wijze juist partnerlanden als Zuid-Korea en de EU.'

Europese staalprijzen en levertijden lopen op

'Ondertussen is de Europese economie onveranderd sterk en blijft daarmee ook de vraag naar staal groot. De prijzen zijn de afgelopen 4 weken met ca. 5 tot 10 euro per ton opgelopen. Diverse staalfabrieken kunnen in het tweede kwartaal al niet meer leveren. Ze willen doorgaans nog niets zeggen over het prijsniveau voor het derde kwartaal. Feit is echter dat levertijden uitlopen tot in de zomerperiode, waardoor afnemers nu al wel orders bij de fabrieken moeten plaatsen, maar nog niet weten wat er voor betaald zal moeten gaan worden.'

Noviostaal geeft per 16 maart 2018 de volgende indicaties voor de circa fabrieks-staalprijzen voor coils en kwartoplaat in euro per ton:

Warmgewalste coils:          570-585

Koudgewalste coils:           640-660

Sendzimir verz. coils:         680-700

Kwartoplaat:                     595-615

Ten opzichte van februari 2018 liggen de prijzen deze maand tot 15 € per ton hoger.


Eurofer: ‘Trump, haal de trekker niet over.’

25 februari 2018

Eurofer, de Europese brancheorganisatie voor staalbedrijven, roept de Amerikaanse president Trump op geen protectionistische maatregelen te treffen, zoals een importbeperking op staal uit de EU. 'Haal de trekker niet over voor een handelsoorlog.', waarschuwt Eurofer naar aanleiding van het Section 232-rapport over de invoer van staal in de Verenigde Staten.

Het rapport, al in april 2017 gepubliceerd, staat de Verenigde Staten invoerbeperkingen op grond van nationale veiligheidsredenen toe. Eurofer waarschuwt dat deze beperkingen alleen maar zullen leiden tot vergeldingsmaatregelen van de EU om háár interne markt te beschermen.

Trump buigt zich momenteel over een advies van het Amerikaanse Ministerie van Handel om de staalimporten naar de Verenigde Staten in te perken. Het advies bespreekt drie opties. De eerste betreft een algemene maatregel waarbij de importen uit alle landen aan banden worden gelegd en worden beperkt tot 63 procent van de hoeveelheid staal die in 2017 is geïmporteerd. De tweede mogelijkheid is een strafheffing van 24 procent op alle staalimporten, ongeacht het land van herkomst.

Als derde optie dient een gecombineerde maatregel waarbij een bepaalde groep landen - Brazilië, Zuid-Korea, Rusland, Turkije, India, Vietnam, China, Thailand, Zuid-Afrika, Egypte, Maleisië en Costa Rica - een importtarief van 53 procent krijgen opgelegd. De importen van de overige landen worden in dat geval beperkt tot 100 procent van de importvolume van 2017.

De staalindustrie van de EU levert vooral hoogwaardige staalsoorten aan de VS. In de eerste elf maanden van 2017 ging 't om meer dan drie miljoen ton Europees staal. Axel Eggert, directeur-generaal van Eurofer: 'Elke beperking van de invoer van staal uit de EU op basis van artikel 232 zou ons dit partnerschap ondermijnen.'


‘Werken voor minder én betere klanten vergroot de marges’

20 februari 2018

Zelfs succesvolle bedrijven in de maakindustrie worstelen soms om het hoofd boven water te houden, omdat hun prijzen veel te laag zijn. Dat komt omdat ze voor teveel (nieuwe) klanten willen werken, waardoor marges onder druk komen te staan of – ergo – als sneeuw voor de zon verdwijnen. Dat is te voorkomen door welbewust voor minder maar wel betere klanten te werken, weet Martine Teeselink van adviesbureau Outdo. Dit bureau ondersteunt (maak)bedrijven bij het aanbieden van technische producten tegen hogere marge.

Martine Teeselink: 'Ik zat aan tafel bij de directeur van een maakbedrijf met een geweldige reputatie. Specialisten, die maatwerkoplossingen ontwerpen voor de moeilijkste projecten en de meest veeleisende klanten in hun markt. Het bedrijf stond bekend als de absolute top in de markt en vroeg de prijzen die daarbij pasten.

Maar tijdens de crisis was de omzet gehalveerd en kwamen de prijzen enorm onder druk te staan. De goedbetaalde projecten met hoge eisen leken opeens nergens meer te vinden. Dus ging het salesteam op zoek naar andere klanten, met lagere eisen en minder complexe vraagstukken.'

Race naar de bodem

'De geschreven offertes verloren het veel te vaak op prijs, omdat de concurrent wel was ingericht op het leveren van 'gemiddelde' standaardproducten voor een zo laag mogelijke prijs. Dus gingen ze harder werken. Ze brachten meer offertes uit. Zochten naar andere klanten, nieuwe markten, en naar producten met lagere prijzen. Daardoor kwamen de marges steeds meer onder druk te staan. Ze kwamen terecht in een race naar de bodem.

Ondertussen was de crisis voorbij. Maar focussen op hun 'oude' markt met hoge eisen, complexe vraagstukken én hogere prijzen, daar geloofden de verkopers niet meer in. Zoals hun meest ervaren man het verwoordde: 'Die markt is er gewoon niet'. Dat hoor ik bij veel bedrijven. Maar het klopt niet. Helemaal niet zelfs.'

Meer verdienen met minder klanten

'In elke markt zijn er klanten die op zoek zijn naar het allerbeste product of de allerbeste service. Dit bedrijf heeft daar zelfs jarenlang hele goede zaken in gedaan. Toen ik vroeg om cijfers, stelde de directeur een lijst op van lopende en verwachte offertes. Niet alleen was de markt voor 'dure' projecten groot genoeg. Het was zelfs ruimschoots mogelijk om hun omzetdoelstelling van 50 procent groei te halen met alleen maar lopende offertes bij bestaande klanten. Alle moeite die de verkopers staken in het aanboren van nieuwe markten was dus nergens voor nodig.

Daarin staan ze niet alleen. Het overgrote deel van de ondernemers in de maakindustrie werkt veel te hard, voor veel te veel klanten. Als je naar de cijfers kijkt, blijkt in 99 procent van de gevallen dat je veel meer kunt verdienen door te werken voor mínder klanten. Door hen producten te verkopen waar je écht in uitblinkt.

Focus op de beste klanten

Daar succes mee boeken, gaat niet vanzelf. Toen de cijfers op tafel lagen, nam onze klant een rigoureus besluit. Hij ging alleen nog werken voor de allerbeste klanten.

Dit is hoe hij dat in de praktijk bracht: Hij bepaalde een ondergrens voor het verkoopteam, zodat ze alleen nog tijd besteedden aan projecten met een goede marge en een grote win-kans. We ontwikkelden samen een marketingstrategie waarmee hij genoeg goede leads binnenhaalde, in plaats van zo veel mogelijk leads van twijfelachtige kwaliteit. Zijn verkopers leerden om gesprekken te voeren over de problemen die hun klanten ervaren, in plaats van over technische specificaties. Daardoor werd de businesscase voor hun projecten zo groot mogelijk. De resultaten van die verandering waren verbijsterend. De omzet steeg in één jaar met 50 procent en de marge verdubbelde.

  • Martine Teeselink is medeoprichter van Outdo. Dit adviesbureau helpt (maak)bedrijven bij het aanbieden van technische producten tegen hogere marge. Voor info en een gratis strategiegesprek: www.outdo.nl/gesprek
  • Afbeelding: LEEO.

EIB: ‘Groei bouwproductie houdt aan, vooral in de infrastructuur’

2 februari 2018

In 2017 is de Nederlandse bouwproductie, net als in de voorgaande drie jaren, opnieuw sterk gegroeid. Het afgelopen jaar steeg het productievolume met 5%, een toename met € 3 miljard. De groei werd vooral gedragen door de oplopende investeringen in de woningbouw, die met 10% toenamen. In 2018 en 2019 blijft de sterke productiegroei aanhouden. Elk jaar is een stijging van 4,5% te verwachten. De verdeling van de groei over de verschillende marktgebieden wordt echter wel anders dan voorheen. Dat blijkt uit de onlangs gepubliceerde studie 'Verwachtingen bouwproductie en werkgelegenheid 2018' van het EIB (Economisch Instituut voor de Bouw).

In de woningbouw, zo wijst de studie uit, vlakt de groei dit jaar en volgend jaar duidelijk af. De investeringen in de infrastructuur nemen juist sterk toe. De infrastructuur wordt hiermee de belangrijkste groeisector binnen de bouw in 2018 en 2019.

Woningbouw motor achter productiegroei 2017

Nog even terug naar 2017. In dat jaar is – voor het derde jaar op rij – de bouwproductie krachtig gegroeid. In drie jaar tijd is het totale productievolume met 20% gestegen, van € 54 miljard in 2014 naar € 63 miljard in 2017.

Motor achter deze groeitrend was de woningbouw. Ook in het afgelopen jaar zat de groei van de woningbouwinvesteringen (nog net) in de dubbele cijfers. De nieuwbouw was het meest dynamisch. Het aantal opgeleverde nieuwbouwwoningen nam sterk toe van 55.000 in 2016 naar ongeveer 64.000 in 2017. Daarmee blijft de uitbreiding van de woningvoorraad nog iets achter bij de structurele huishoudensgroei. De utiliteitsbouw boekte in 2017 een toename van 3½%. Deze plus is geheel toe te schrijven aan nieuwbouw. In de infrastructuur bleven de investeringen opnieuw achter. De groei in dit segment  kwam uit op een bescheiden 1,5%.

Vóór 2017 werd de productiegroei nog grotendeels gevoed door productiviteitsstijging. In 2017 werd die groei vooral veroorzaakt door een forse toename van de werkgelegenheid. De totale werkgelegenheid nam met 15.000 arbeidsjaren toe, waaronder 10.000 voltijdsbanen van werknemers.

Investeringen als stuwende kracht in 2018 en 2019

Ook in 2018 en 2019 blijven de investeringen de productiegroei aanjagen. De groei van de woningbouw vlakt weliswaar af, maar de woningbouw zorgt nog altijd wel voor zeer solide groeicijfers. Meest opvallend is de groeivertraging bij de herstel- en verbouw van woningen in samenhang met een sterk teruglopende transformatie van vooral kantoren naar woningen. De groei van de investeringen in utiliteitsgebouwen versnelt. In nog sterkere mate geldt dit voor de infrastructuur. Met groeicijfers van 7% in 2018 en bijna 10% in 2019 wordt de infrastructuur de snelst groeiende sector binnen de bouw en neemt hierdoor de koppositie over van de woningbouw.

Solide groei vanaf stevige productieniveaus in 2020-2023

Voor de middellange termijn schets het EIB eveneens een gunstig perspectief; de verwachtingen zijn ook positiever dan eerdere. In 2019 is het bouwvolume opgeklommen tot het niveau van net voor de crisis. Vanaf dat niveau is een gemiddelde groei mogelijk van 2% per jaar. De groei is vrij evenwichtig verdeeld over de verschillende onderdelen van de bouw.

De groeiverwachtingen zijn opwaarts bijgesteld, vooral vanwege de intensiveringen rond de verduurzaming van de bestaande gebouwenvoorraad en de extra infrastructuur rond hernieuwbare energie. In deze verwachtingen worden voor het eerst schattingen gemaakt van de huidige en toekomstige omvang van deze investeringen. De investeringen die gemoeid zijn met duurzaamheid belopen zo'n 4½ miljard euro. In 2022 zullen de investeringen een piek bereiken van 6 miljard.

Bij dit productiescenario blijft de werkgelegenheid gestaag groeien. Na een toename met 24.000 arbeidsjaren in 2018 en 2019 komen er in de periode 2020-2023 nog eens bijna 25.000 arbeidsjaren bij. Het organiseren van de arbeidsvoorziening wordt de komende jaren een grote uitdaging voor de bouw. Hierbij ligt het zwaartepunt in 2018 en 2019. Rekening wordt gehouden met het doorschuiven van enige productie in deze jaren naar de jaren erna. Dan zal de bouwarbeidsmarkt in een wat rustiger vaarwater verkeren en is het kennisaanbod vanuit de opleidingen meer op stoom gekomen.

  • Een gedrukt exemplaar van rapport 'Verwachtingen bouwproductie en werkgelegenheid 2018' is á € 75 te bestellen op de website van het EIB.
  • Foto: montagewerkzaamheden voor luifel Stationsplein Oost, Utrecht (Buiting Staalbouw).

‘Staalbouw zal weinig merken van hoge zinkprijzen’

30 januari 2018

De prijs van zink, die maandag in tien jaar tijd een recordhoogte heeft bereikt, zal weinig effect hebben op de prijs van stalen halffabricaten. Dat stelt Frank Maatje, directeur Bouwen met Staal.

'Er wordt wel zink gebruikt in staalconstructies, maar gemiddeld slechts zo'n tiende millimeter. Daarom heeft deze prijsstijging niet zo heel veel effect op stalen halffabricaten', legt Maatje uit. Bovendien worden lang niet alle staalconstructies 'verzinkt', vervolgt de directeur. 'Vooral staalconstructies voor buiten, zoals portalen over de weg, worden verzinkt. Constructies voor binnen over het algemeen niet.'

Staalproducten sinds kort wel duurder

Toch zijn prijzen van stalen halffabricaten sinds halverwege 2017 wel gestegen. Volgens Maatje gaat het om prijsstijgingen van zo'n 20 procent. Dit komt door de toenemende vraag naar staal, maar ook omdat prijzen van ijzererts, schroot en toeslagmaterialen, andere materialen voor de productie van staal, zijn gestegen.

Gestegen energiekosten effect op de staalprijs

'De prijs van ijzererts is in de laatste vier maanden van 2017 met zo'n 20 procent omhoog geschoten en bij schroot en toeslagmaterialen is sinds juli 2017 eenzelfde trend waarneembaar. Daarnaast hebben de gestegen energiekosten een effect op de staalprijs, omdat er veel energie gebruikt wordt bij productie van staal', legt Maatje uit. Hij vervolgt: 'Ook rekenen staalproducenten iets meer marge. Die hebben jarenlang onder de prijs gewerkt, dus proberen ze nu de vraag weer hoger is, iets meer te verdienen.'

Stalen producten wel gewoon op voorraad

De gestegen prijzen zullen naar zijn verwachting geen effect hebben op het gebruik van staal in de bouw. 'In tegenstelling tot veel andere bouwmaterialen, zijn stalen producten en halffabricaten wel gewoon op voorraad. Veel staalconstructies, zoals stalen balken, die gebruikt worden in de bouw, komen uit fabrieken in Luxemburg en Duitsland. Deze fabrieken hebben natuurlijk ook tijdens de crisis hun productiecapaciteit teruggeschroefd, maar zijn wel weer snel in staat geweest de productie te verhogen. Dat komt onder andere omdat er minder mensen nodig zijn om staal te produceren, veel fabrieken zijn geautomatiseerd', verklaart Maatje.

Ook prijs van nikkel flink gestegen

De prijs van zink stond maandag op de hoogste stand in meer dan tien jaar tijd. De prijs stond op 3584 dollar per ton. Ook de prijs van andere metalen stegen door de zinkkwestie, zo werd nikkel bijna 3 procent duurder tot meer dan 14.000 dollar per ton.

  • Bron: Cobouw, 29 januari 2018 (auteur: Marije de Leeuw).
  • Foto: verkeersportaal APM Terminals, Tweede Maasvlakte Rotterdam (Witteveen+Bos).