De inzet van AI binnen de maakindustrie in Europa is sinds begin 2025 meer dan verdubbeld. Dat blijkt uit onderzoek, uitgevoerd in juli 2026 door ECI Software Solutions. Europese maakbedrijven blijken in het gebruik van AI inmiddels zelfs voor te lopen op verwante ondernemingen in Noord-Amerika.
ECI is een internationaal opererende leverancier van cloudgebaseerd bedrijfssoftware en -diensten, met Nederlandse vestiging in Leusden. Het bedrijf deed in juli van dit jaar onderzoek naar toepassing van AI onder 229 maakbedrijven in Europa en in totaal 799 in Noord-Amerika, het Verenigd Koninkrijk, Australië en Nieuw-Zeeland. De cijfers over het jaar 2025 zijn afkomstig uit eerder ECI-onderzoek, gehouden onder 286 Europese en 552 Noord-Amerikaanse ondernemingen in de maakindustrie.
Begin 2025 werkte ongeveer een kwart van de Europese respondenten met AI. Halverwege 2026 blijkt dit percentage opgelopen tot 53 procent. Daarmee is de Europese maakindustrie haar Noord-Amerikaanse tegenvoeter inmiddels voorbijgestreefd. Hier blijft het percentage nagenoeg gelijk: 45 procent in 2026 versus 44 procent in 2025. Ook het aantal respondenten dat in het geheel nog niet met AI bezig is, is in Europa gedaald met vijf procent. In Amerika is geen sprake van daling ten opzichte van vorig jaar
Versterking van het concurrentievermogen is het meest genoemde motief om AI in te schakelen. Dat was vorig jaar ook al de voornaamste drijfveer, maar dit jaar is ruim een derde van de deelnemers aan het onderzoek ook daadwerkelijk overgegaan tot het beoordelen van software op AI-functionaliteit.
Behoefte aan praktische vaardigheden
Voor het leeuwendeel van de Europese respondenten is ’t al niet meer de vraag óf ze AI moeten inzetten, maar hoe ze dat moeten doen. Gebrek aan kennis en vaardigheden wordt veelal als belangrijke hindernis aangevoerd. Bijna 40 procent van de Europese bedrijven meent dat de praktische vaardigheden voor doelmatig toepassen van AI nog ontbreken of voor verbetering vatbaar zijn. Vorig jaar werd dit nog door 19 procent genoemd. Dat geeft aan dat steeds meer maakbedrijven openstaan voor AI. De weerstand tegen AI blijkt bovendien in een jaar tijd flink afgenomen, van 23 procent in 2025 naar 6 procent in 2026. En ook het argument ‘geen tijd voor AI’ wordt nu aanmerkelijk minder vaak gebezigd: nog slechts door 35 procent van de deelnemers tegen 64 procent vorig jaar.
Dat de houding ten opzichte van AI onder maakbedrijven in Europa duidelijk aan het verschuiven is, herkent ook Henk Schoemaker, vice-president productmanagement bij ECI Software Solutions: ‘We zien steeds meer klanten die interesse hebben in praktische AI-toepassingen die toegespitst zijn op hun industrie. De weerstand is verdwenen en er komen steeds meer positieve voorbeelden. Hoewel de wil en tools er zijn, ontbreekt het de medewerkers vaak aan de ervaring en praktische vaardigheden om AI optimaal in te zetten. Dat zie je terug in de onderzoeksresultaten. Met een nieuwe technologie en de snelheid waarmee AI zich de laatste jaren heeft ontwikkeld, is dat een logisch gevolg. Bovendien geldt dat hoe concreter je AI inzet, des te duidelijker wordt welke vaardigheden en kennis je mist.’
Efficiënter werken
Van de maakbedrijven die AI al intensief inzetten, meldt meer dan 90 procent dat ‘t vooral efficiencyvoordelen oplevert. Eveneens genoemd zijn de besparingen op kosten (54 procent) en het positieve effect op de omzet (29 procent). Werkprocessen waarbij AI volledig zelfstandig beslist, lijken vooralsnog een brug te ver, zo blijkt uit het onderzoek. Meer dan 80 procent van de respondenten wil de resultaten van AI kunnen controleren óf de technologie alleen aanwenden voor het genereren van suggesties, adviezen of varianten.