Het CBAM – voluit: Carbon Border Adjustment Mechanism – is per 1 januari 2026 eveneens financieel van kracht. Voortaan is een bedrijf binnen de EU, dat per jaar meer dan 50 ton staal of aluminium importeert vanuit landen buíten de EU, verplicht een extra belasting te betalen over het aantal tonnen CO2 dat bij de fabricage is vrijgekomen.
Het CBAM maakt deel uit van het herziene emissiehandelssysteem van de EU en voorziet in een heffing op de import van CO2-intensieve producten die buiten de EU zijn vervaardigd. Niet alleen staal en aluminium, ook ijzer, cement, kunstmest, waterstof en elektriciteit zijn CO2 intensief en komen daarmee voor de heffing in aanmerking.
De importheffing vanuit het Carbon Border Adjustment Mechanism is in beginsel gelijk aan de CO2-heffing die geldt voor eenzelfde product als dit product bínnen de unie is gefabriceerd. Financieel-economisch doel van het mechanisme is om op EU-grondgebied een ‘level playing field’ te bewerkstelligen (óf te behouden) voor producenten binnen en buiten de EU. Middels de CO2-heffing aan de EU-grenzen hebben fabrikanten van buiten de unie die in hun land aan minder strenge klimaatnormen hoeven te voldoen, géén concurrentievoordeel ten opzichte van fabrikanten ín de unie die zich moeten houden aan meer strikte milieuvoorschriften.
Vanuit een breder duurzaamheidsperspectief, beoogt het CBAM een bijdrage te leveren aan het verminderen van de emissies van CO2 als gevolg van productieprocessen buiten de EU. Het CBAM vloeit dan ook voort uit de Europese Green Deal. Volgens de Europese Unie zijn alle CO2-intensieve producten tezamen verantwoordelijk voor bijna 40 procent van het totaal aan emissies van broeikasgassen in de wereld.
Rapportage- en betalingsverplichting
Het CBAM is al op 1 oktober 2023 ingevoerd. Sindsdien moeten bedrijven die CO2-intensieve goederen van buiten de EU invoeren, zelf rapporteren hoeveel CO2-uitstoot bij de productie van deze goederen is vrijgekomen. Bij deze rapportageverplichting is vanaf 1 januari van dit jaar een betalingsverplichting gekomen.
Niet alleen vanwege de vereiste rapportage, maar ook om een onterecht hoog heffing voor te zijn, is ’t voor importerende bedrijven zaak om zoveel mogelijk de ‘werkelijk geïntegreerde emissies’ op te geven, op basis van emissiedata van de buitenlandse fabrikant of leverancier/exporteur. Vóór gebruik van deze data moet de importeur wel controleren of de buitenlandse fabrikant of leverancier beschikt over de juiste EU-goedkeuring.
Zijn geen emissiedata van de fabrikant of leverancier voorhanden, dan mag worden teruggevallen op standaard emissiewaarden die de Europese Commissie heeft vastgesteld per land en per productgroep. Een complete lijst met emissiewaarden die met ingang van 1 januari 2026 geldig zijn, vindt u hier. Doorgaans zijn de standaardwaarden hoger dan de werkelijke waarden, waardoor de importheffing in beginsel ook hoger uitvalt.
Calculator en register
Om hiervan een betrouwbare indicatie te krijgen, biedt de Nederlandse Emissieautoriteit (NEA) sinds kort de gratis CBAM-Kostencalculator. Deze tool berekent de kosten aan de hand van standaardwaarden voor een product, maar de gebruiker kan ook eigen data invoeren.
Het rapporteren dient te gebeuren in een CBAM-register. Import in de periode 1 oktober 2023 tot en met 31 december 2025 moet worden gerapporteerd in een overgangsregister. Voor rapportage van import vanaf 1 januari 2026 is het definitieve register beschikbaar. Beide registers en informatie en aanvraag voor toelating zijn te vinden via de website van de NEA.
Verdere uitbreiding in het verschiet
Om binnen de Europese Unie het speelveld voor interne en externe producenten nog verder te ‘egaliseren’, wil de Europese Commissie de verzameling producten die onder CBAM vallen, verder uitbreiden. Naar verwachting met ingang van 1 januari 2028 wordt de huidige CBAM-collectie aangevuld met een scala aan producten, waaronder wasmachines, industriële robots, verschillende productiemachines, elektromotoren en elektrakabels.