Rijkswaterstaat heeft het groot onderhoud van zes beweegbare bruggen in Zeeland gegund aan Savera, de aannemerscombinatie van Dura Vermeer Infra Landelijke Projecten en Hollandia Services.
Het contract kent een looptijd van zes jaar en vertegenwoordigt een waarde van 115 miljoen euro. Hiervoor neemt Savera de Vlakebrug en de Postbrug over het Kanaal door Zuid-Beveland onder handen, twee bruggen over de Oostsluis bij Terneuzen en de twee draaibruggen bij Sas van Gent en Sluiskil over het Kanaal Gent-Terneuzen.
Alle zes bruggen zijn cruciaal voor het wegverkeer en de scheepvaart tussen Zeeland en Vlaanderen, maar naderen het einde van hun technische levensduur. Storingen en afsluitingen liggen steeds meer op de loer. Daarom is groot onderhoud gedurende meerdere jaren geboden. Savera gaat onder meer de staalconstructies opnieuw conserveren en waar nodig versterken, de rijdekken renoveren en onderdelen van de bewegingswerken vervangen.
Het contract is de eerste raamovereenkomst volgens de portfolio-aanpak van Rijkswaterstaat. Met deze aanpak wil de nationale bruggenbeheerder vergelijkbare onderhoudsopgaven bundelen, zodat marktpartijen niet steeds op losse projecten hoeven in te schrijven. Zo verlaag je de tenderlast voor aannemers, verbeter je de planbaarheid en voorspelbaarheid van de werkzaamheden en je bevordert een doelmatige inzet van mensen en middelen, zo is de gedachte achter de aanpak. Binnen de raamovereenkomst kan Rijkswaterstaat nadere contracten sluiten voor de uitvoering per brug. Savera is geselecteerd als raamcontractant vanwege de aantoonbare expertise in onderhoud van ‘natte’ kunstwerken.
Kennisdeling als rode draad
Savera gaat eerst aan de slag met De Vlakebrug. Voor deze brug bij Hansweert zijn de voorbereidingen gepland voor volgend jaar. De uitvoering van het groot onderhoud is voorzien voor 2028 en 2029. Ondertussen werkt Rijkswaterstaat samen met de aannemerscombinatie de planning van de andere vijf beweegbare bruggen uit. Daarin worden de kennis en ervaringen meegenomen die bij De Vlakebrug zijn opgedaan. Zo ontstaat een betrouwbaar beeld van de opgaven en urgentie en wordt duidelijk waar de prioriteiten moeten liggen (wanneer welke brug aanpakken) en wat de impact is voor het verkeer op de weg en op het water. Steeds bij elke volgende brug worden de bevindingen en ‘lessen’ met elkaar gedeeld om de veelomvattende vernieuwingsopgave in Zeeland efficiënt en tijdig tot een goede einde te brengen.