Krijgt de Nederlandse maakindustrie te kampen met een emigratiegolf van bèta-technische professionals? Dat is de hamvraag na kennismaking met de resultaten van recent onderzoek in opdracht van HR-adviesbureau SThree. Uit de studie blijkt dat 47 procent van de ingenieurs die nu nog werkzaam zijn bij maakbedrijven in Nederland, serieus overwegen om elders een heenkomen te vinden. Zo’n 60 procent van deze groep heeft zelfs al een betrekking in het buitenland gevonden.
Met een ‘ik vertrek’-percentage van 47 procent scoort Nederland slechter dan landen met een overeenkomstige economie, zoals het Verenigd Koninkrijk (37 procent) en Duitsland (44 procent). Een derde deel van deze ingenieursgroep is, naar eigen zeggen, het afgelopen jaar een of meerdere malen benaderd door buitenlandse bedrijven dan wel recruiters die voor deze ondernemingen het Nederlandse personeelsaanbod verkennen.
Extra interessant
Nederland heeft een sterke, geavanceerde en innoverende maakindustrie en dat maakt ingenieurs binnen deze industrie aantrekkelijke ‘targets’ voor buitenlandse personeelswervers, aldus SThree. De ingenieurs beschikken bovendien over speciale vaardigheden die zijn gekoppeld aan specifieke technologieën of sectoren. Hierdoor is de Nederlandse ingenieur extra interessant voor industriële bedrijven in het buitenland.
Diezelfde combinaties zorgen er echter ook voor dat ’t voor de Nederlandse bedrijven extra lastig wordt om voor hun emigrerende expert tijdig een adequate opvolger te vinden. Daarnaast zijn gespecialiseerde ingenieurs veelal actief in projecten met een relatief lange looptijd, bijvoorbeeld in de infrastructuur of energieproductie. Een vertrek terwijl het project nog loopt, wordt dan extra moeilijk op te vangen en kan zelfs een succesvol verloop van het project in de weg staan.
Exodus keren
Dat 47 procent van de Nederlandse ingenieurs van plan is te emigreren, zou als een wake-up call moeten werken, vindt SThree. Als dit percentage zo blijft of verder stijgt, kan Nederland haar sterke concurrentiepositie binnen de internationale maaksector kwijtraken.
Om dat voor te zijn, is aanpassing van het HR-beleid in de vaderlandse maaksector gevraagd. Margot van Soest, Managing Director Nederland bij SThree: ‘Landen die het belang erkennen van levenskwaliteit, loopbaanontwikkeling en concurrentiemogelijkheden en die aantrekkelijke, open en ondersteunende omgevingen creëren, zullen niet alleen hun beste mensen behouden maar ook experts van elders aantrekken. Landen die zich niet aanpassen, lopen het risico opleidingslanden te worden voor concurrenten: zij investeren in vaardigheden terwijl innovatie elders plaatsvindt’.
Weerbaar blijven
De gevolgen van de emigratie van expertise zijn nu al merkbaar, constateert SThree. Ruim 80 procent van de bèta-technische ondernemingen in Nederland ziet zich nu al geconfronteerd met de nadelige effecten van de uittocht van vakkennis en -kunde naar andere landen. Projecten lopen vertraging op en het ontwikkelen en doorvoeren van innovaties komen onder druk te staan, waardoor op termijn het concurrentievermogen van het Nederlandse bedrijf verzwakt.
Nederland is nog steeds een erkende ‘hub’ voor innovatie, talentontwikkeling en levenskwaliteit, stelt SThree gerust. Om de emigratie-trend te keren, is ’t volgens het adviesbureau belangrijk om inzicht te krijgen in de vertrekmotieven van ingenieurs én in wat er nodig is om ze binnen de landsgrenzen te houden. Daarna zijn volgens SThree structurele maatregelen geboden om de trend ook daadwerkelijk te stoppen of, liever nog, om te buigen. De economische weerbaarheid van Nederland staat op het spel.