Terwijl het Nederlands kabinet met Tata Steel Nederland maatwerkafspraken wil maken over de verduurzaming van de staalproductie in IJmuiden, blijkt de Britse regering geheel andere plannen te hebben met British Steel. Via een nieuwe wet wil het landsbestuur van het Verenigd Koninkrijk zich de mogelijkheid verschaffen om het Engelse staalconcern over te brengen in publieke handen.
Het voornemen tot nationalisatie werd afgelopen woensdag wereldkundig gemaakt tijdens de zogeheten King’s Speech. Centrale gedachte achter de eigendomsoverdracht is dat het kabinet in het VK de staalfabricage in Scunthorpe veilig kan stellen voor het publieke belang en bijvoorbeeld een plotselinge productiestop kan voorkomen. De nieuwe wet geeft de regering de officiële optie om het bedrijf over te nemen.
Publieke-belangentoets
Voorwaarde daarbij is wel, dat de publieke belangen vooraf worden getoetst. Daarbij wordt niet alleen de borging van de nationale veiligheid tegen het licht gehouden. Ook de betekenis en waarde voor de landelijke economie en instandhouding van cruciale infrastructuur worden beoordeeld. Pas als deze publieke-belangentoets uitwijst dat nationalisatie de heilzame route is, gaat de regering verdere stappen nemen.
Het voornemen tot nationalisatie komt niet als een volslagen verrassing. In april vorig jaar vergrootte de regering al haar invloed op beleid en bedrijfsvoering bij British Steel via de Steel Industry (Special Measures) Act. Via deze noodwet kon de regering dreigende sluiting van de hoogovens voorkomen door de dagelijkse leiding over het verlieslijdende concern over te nemen van eigenaar Jingye Group. Een productiestop zou immers direct resulteren in massaal banenverlies en omvangrijke schade toebrengen aan toeleveringsketens.
Versterkingsstrategie
Sindsdien voert de overheid gesprekken met Jingye om tot een ‘werkbare oplossing’ te komen. De Chinese onderneming is sinds 2020 eigenaar van het Britse staalbedrijf en daarmee nog steeds officiële onderhandelingspartner. Het overheidsingrijpen in april 2025, de actuele nationalisatieplannen en de aanhoudende verliesgevendheid van het staalbedrijf heeft de positie van Jingye echter ernstig verzwakt.
Het voorstel van wet dat de nationalisatie mogelijk maakt, is afgelopen week ingediend bij het Britse parlement. Als het voorstel door het parlement en de Britse Eerste Kamer is goed bevonden en ‘Royal Assent’ heeft gekregen, kan de wet officieel in werking treden.
De nieuwe wet is ook een vervolg op de landelijke Steel Strategy die twee maanden geleden is uitgerold. Hierin bevestigt de Britse regering de ambitie om de nationale staalindustrie te versterken en ervoor te zorgen dat het Verenigd Koninkrijk op termijn voor ten minste 50 procent kan voorzien in de eigen staalbehoefte.
Volgens Premier Keir Starmer en zijn business secretary Peter Kyle is de binnenlandse staalproductie strategisch belangrijk voor de landelijke economie en nationale weerbaarheid. De nieuwe wet dient deze belangen te behartigen en tegelijkertijd stabiliteit te bieden aan werknemers, toeleveranciers en klanten van British Steel. De wet zou de minister van Economische Zaken uitgebreide bevoegdheden geven om niet alleen de dagelijkse bedrijfsleiding te voeren maar bijvoorbeeld ook grondstoffen voor de productie in te kopen.
Niet voor het eerst
British Steel telt momenteel ruim 3.500 medewerkers en 4 hoogovens (blast furnace). De vier zijn de laatste op de Britse eilanden. Twee ervan zijn gebouwd in 1938, het andere paar dateert van 1954.
Nationalisatie is British Steel allerminst vreemd. Tussen 1951 en 1953 en van 1967 tot 1999 was het bedrijf een staatsbedrijf. Na de fusie met Koninklijke Hoogovens tot Corus in 1999 en overnames door Tata Steel (in 2007) en Greybull Capital (2016) kocht Jingye Group het Engelse staalbedrijf aan. Ondanks investeringen wist de nieuwe eigenaar het bedrijf niet winstgevend te krijgen. Jarenlange onderhandelingen met het Rijk over staatssteun voor de omzetting naar het EAF-proces (electric arc furnace) eindigden zonder resultaat. Hierop dreigde Jingye vorig voorjaar om zich terug te trekken uit de bedrijfsvoering, waarop de regering besloot om in te grijpen.
Met de nationalisatie in aantocht melden zich ook weer verse kandidaten voor aankoop van British Steel. De Engelse groot-investeerder Michael Flacks en het Tsjechische Sev.en Global Investments hebben hun interesse kenbaar gemaakt.