Niet het materiaal, maar het beste integrale constructieconcept staat garant voor duurzame bruggen
Zes deskundigen komen gezamenlijke reactie op ingezonden brief van Rob Nijsse in Het Financiële Dagblad.
Zes deskundigen komen gezamenlijke reactie op ingezonden brief van Rob Nijsse in Het Financiële Dagblad.
Page content
Vele professionals in de bouw- en infrasector weten ‘t: Rob Nijsse neemt geen blad voor de mond. Een bevestiging van die wetenschap volgde pakweg twee weken geleden. Via een ingezonden brief in Het Financiële Dagblad brengt de emeritus hoogleraar Building Engineering aan de TU Delft en voormalig partner bij ingenieursbureau ABT wederom wenkbrauwen én tongen in beweging met spraakmakende stellingen in het licht van de grootschalige opgave van onderhoud, versterking dan wel vervanging van een fors arsenaal oude (verkeers)bruggen in Nederland.
‘Vervang oude stalen boogbruggen niet door nieuwe stalen boogbruggen maar door nieuwe betonnen boogbruggen. Zoals de Romeinen deden. Dan bouw je bruggen die duizend jaar meegaan’, luidt (kort weergegeven) de oproep van Nijsse in de ingezonden brief van 18 augustus jl. Enkele dagen later, bij een interview met dagblad Cobouw, scherpt hij zijn eigen pleidooi nog eens aan.
Gezamenlijk weerwoord
Reacties kónden niet uitblijven. Zoals de collectieve respons van Frank Maatje (directeur Bouwen met Staal), Milan Veljkovic (emeritus hoogleraar Staal- en hybride constructies, TU Delft), Max Hendriks (hoogleraar Betonconstructies, TU Delft), Johan Maljaars (hoogleraar Staal en Aluminium constructies TU Eindhoven & hoofdonderzoeker, TNO), Rob van de Waal (oud-directeur/eigenaar, Iv) en Nico Noorlander (Stichting voor Samenwerking in de Nederlandse Staalbouw).
In een gezamenlijke reactie corrigeert het zestal deskundigen enkele feitelijke onjuistheden in het betoog van Nijsse, maar neemt ‘t bovenal afstand van de eenzijdige en beperkende benadering van het vraagstuk.
‘De relevante vraag is níet welk materiaal het langst meegaat, maar welk constructieconcept op een specifieke locatie over de hele levenscyclus de beste combinatie biedt van veiligheid, duurzaamheid, onderhoudbaarheid, circulariteit, bouwtijd en kosten. Soms is dat beton, soms staal en vaak een combinatie van beide.’, concluderen de zes experts.
De reactie van het zestal is hieronder integraal opgenomen:
‘Het opiniestuk van de heer Nijsse wekt ten onrechte de indruk dat beton voor verkeersbruggen per definitie duurzamer is dan staal. De keuze voor een brugmateriaal kan niet los worden gezien van overspanning, eigengewicht, fundering, bouwmethode, verkeersbelasting, onderhoud, hinder en kosten over de gehele levenscyclus.
Wij onderschrijven dat niet alleen de bouwkosten, maar vooral de levensduurkosten moeten worden meegewogen. Dat maakt beton echter niet automatisch de beste keuze. Zowel stalen als betonnen bruggen vragen inspectie en onderhoud en kunnen versterking nodig hebben. Ook beton kan verouderen en degraderen.
De stelling dat staal een vaste vermoeidheidslevensduur van 70 tot 90 jaar heeft, is eveneens onjuist. Vermoeiing speelt vooral bij specifieke details en verbindingen en is afhankelijk van onder meer belastinggeschiedenis, detaillering en laskwaliteit. Deze plekken zijn inspecteerbaar en vaak lokaal te repareren of te versterken. De kalenderleeftijd bepaalt dus niet op zichzelf de technische levensduur.
Verkeersintensiteit en gewenste capaciteit bepalen noodzaak vervanging
Daarbij is het van belang onderscheid te maken tussen de technische en de functionele levensduur van een brug. Veel bruggen worden ontworpen op basis van prognoses voor het verkeersaanbod in de komende vijftig jaar. Wanneer de mobiliteit zich sterker ontwikkelt dan destijds is voorzien, kan een brug haar functionele grens bereiken terwijl de constructie technisch nog jarenlang mee kan.
De noodzaak tot vervanging wordt in belangrijke mate bepaald door de sterk toegenomen verkeersintensiteit en de gewenste capaciteit, niet uitsluitend door de levensduur van het toegepaste materiaal. Dat technische en functionele levensduur in de praktijk ongeveer samenvallen, is vanuit economisch en maatschappelijk perspectief dan ook niet vreemd.
Bij grotere overspanningen weegt het eigengewicht zwaar. Dankzij de hoge sterkte-gewichtsverhouding kan staal een lichtere constructie opleveren en daarmee de belasting op pijlers en funderingen beperken. Niet voor niets is staal wereldwijd dominant bij zeer grote overspanningen. Bij kortere overspanningen kunnen voorgespannen beton, staal en staal-betoncombinaties alle drie goede oplossingen zijn.
Oppervlaktebescherming, detaillering, onderhoud en bouwmethode cruciaal
Ook corrosie betekent niet het einde van een stalen brug. Moderne beschermingssystemen, goede detaillering en tijdig onderhoud kunnen de levensduur aanzienlijk verlengen. Inspectie blijft daarbij essentieel, net als bij beton.
Bij drukke verkeersassen is bovendien de bouwmethode cruciaal. Een lichte, elders geprefabriceerde stalen overspanning kan in korte tijd worden geplaatst. Een zwaardere betonnen oplossing kan nieuwe funderingen en langdurige werkzaamheden op locatie vereisen, met meer hinder voor weg- en scheepvaartverkeer. Dat speelt bijvoorbeeld bij de Van Brienenoordbrug en de Merwedebrug een belangrijke rol.
Conclusie
De relevante vraag is daarom niet welk materiaal het langst meegaat, maar welk constructieconcept op een specifieke locatie over de hele levenscyclus de beste combinatie biedt van veiligheid, duurzaamheid, onderhoudbaarheid, circulariteit, bouwtijd en kosten. Soms is dat beton, soms staal en vaak een combinatie van beide.'
• Milan Veljkovic — emeritus hoogleraar Staal- en hybride constructies, TU Delft
• Max Hendriks — hoogleraar Betonconstructies, TU Delft
• Johan Maljaars — hoogleraar Staal en Aluminium constructies TU Eindhoven & hoofdonderzoeker, TNO.
• Rob van de Waal — oud-directeur/eigenaar, Iv
• Nico Noorlander — Stichting voor Samenwerking in de Nederlandse Staalbouw
• Frank Maatje — Vereniging Bouwen met Staal
• Een professioneel dagblad als Cobouw doet vanzelfsprekend aan hoor en wederhoor. Na het interview met Rob Nijsse, half augustus, geeft redacteur Ad Tissink in de editie van 1 september enkele ‘ingewijden’ de ruimte om te reageren. Milan Veljkovic en Max Hendriks ventileren hun mening, maar bijvoorbeeld ook bruggen-architect Syb van Breda en Simon de Jong van composiet-bruggenspecialist FibreCore doen hun zegje. Het artikel ‘Beton is geen wondermiddel voor bruggen’ is te lezen op www.cobouw.nl (na inloggen).
• Foto's: Van Brienenoordbrug (nachtfoto: ARUP).