De Nederlandse overheid is voornemens zo’n twee miljard euro uit te trekken ter ondersteuning van het verduurzamen van de staalproductie bij Tata Steel Nederland in IJmuiden. Meer dan 100 economen trokken de effectiviteit van deze investering onlangs in twijfel in een open brief aan de Tweede Kamer en de Minister van Klimaat, Stientje van Veldhoven. Een negental andere deskundigen, waaronder vijf hoogleraren en docenten aan verschillende universiteiten in ons land, is ’t niet eens met de economen. Ze vinden de overheidssteun, in het kader van de maatwerkovereenkomst met Tata Steel Nederland, wél een goed idee en zetten uiteen waarom.
Volgens de groep economen zou het Rijk uiteindelijk veel meer geld moeten steken in de uitvoering van het Groen Staal-plan van Tata Steel Nederland, omdat de onderneming in IJmuiden zelf financieel niet sterk zou staan. Bij een eventuele eenmalige financiële injectie, bijvoorbeeld voor de bouw van de benodigde nieuwe productiefaciliteiten, moet de overheid dan steeds weer extra publiek geld bijleggen om de verduurzamingsoperatie op gang te houden, verwachten de economen. Het kabinet zou de gelden beter kunnen besteden aan andere urgente, maatschappelijke issues zoals de aanpak van de stikstofcrisis of het uitbreiden van de capaciteit van het elektriciteitsnet.
De reactie op de opinie komt al snel, van een vijftal hoogleraren en een viertal andere deskundigen. In de brief van de economen mist deze groep van negen enkele belangrijke overwegingen en vaststellingen die juist wél reden zijn voor de overheid om te investeren in ‘groene’ staalproductie in Nederland.
Materiaal-afhankelijkheid
Zo is de Nederlandse samenleving structureel afhankelijk van de beschikbaarheid van staal en die afhankelijkheid zal de komende jaren alleen maar toenemen, menen de negen experts. In de nabije toekomst is veel staal nodig voor defensie en voor de energietransitie, bijvoorbeeld voor windturbines en transformatoren. Daarnaast blijft de bouw- en infrasector een grote afnemer. Daar komt bij dat Tata Steel Nederland hoogwaardige kwaliteiten staal maakt, voor onder meer auto’s, verpakkingen, batterijen en zelfs halfgeleiders. Dat staal is zomaar te vervangen door staal van over de grenzen.
Blijvende behoefte
Het hergebruik van staal, als element of component, gaat de komende jaren groeien, weten ook de negen experts. Maar ‘tweedehands’ staal gaat lang niet geheel voorzien in de huidige en toekomstige staalbehoefte. Nieuw, ‘primair’ staal blijft nodig, zeker als bij toepassingen specifieke producteigenschappen en -prestaties zijn gevraagd. Die blijvende behoefte werpt volgens de negen respondenten nog een tweede belangrijk argument op om de staalindustrie in Nederland te houden.
Strategische relevantie
Ooit zijn de hoogovens in IJmuiden in gebruik genomen om Nederland minder afhankelijk te laten zijn van staal uit het buitenland. Dat motief wordt wederom actueel nu de geopolitieke spanningen in de wereld oplopen. Alweer lijkt staalfabricage op eigen grondgebied, in Nederland of in elk geval binnen de Europese Unie, een industrieel-strategische noodzaak. De vraag is alleen nog, waar en hoe de staalproductie het meest duurzaam en verantwoord kan zijn.
Onderscheidende locatie
Als ’t aan de groep van negen ligt, blijft de staalproductie ‘gewoon’ in IJmuiden. De huidige locatie heeft minstens zo veel te bieden als eventuele alternatieven in het buitenland. Wat de economen negeren, is dat IJmuiden direct aan een diepzeehaven ligt, met goede verbindingen naar de Rijn-corridor en kernmarkten in Europa. Dat is een groot pluspunt voor de aanvoer van ijzererts per schip uit Brazilië en Australië en voor de distributie van halffabricaten en eindproducten naar (eind)gebruikers.
Gevestigd ecosysteem
Ook is bij de huidige locatie in de loop der jaren een compleet regionaal ecosysteem ontstaan. De staalfabricage in IJmuiden maakt deel uit van een keten of netwerk van gespecialiseerde arbeidskrachten, toeleveranciers, bewerkers en verwerkers, toepassers en ondersteunende branche- en kennisorganisaties. Zo’n netwerk breng je niet gemakkelijk over naar een andere plek. Doe je dat wel, dan beschadig je dit ecosysteem en exporteer je veel waardevolle kennis en deskundigheid die waarschijnlijk nooit meer kunt importeren.
First mover advantage
Als Tata Steel Nederland inderdaad, met hulp van de overheid, haar Groen Staal-plan uitvoert, dan plukt het bedrijf daar ook economische vruchten van. De Europese Unie voert een duidelijk eigen klimaatbeleid en stuurt daarmee (onder meer) aan op de verduurzaming van industriële processen, waaronder die van de staalfabricage. Fabrikanten die nu de duurzaamheidstransitie doormaken, verwerven de kennis, technologie en schaal van productie om straks te voorzien in de dan heersende vraag naar duurzame producten. En wie ’t eerst de omschakeling adopteert, kan daar als eerste van profiteren in de Europese markt; het ‘first mover advantage’.
Grote bijdrage aan klimaatdoel
In lijn met het Europese klimaatbeleid (vastgelegd in het Fit for 55 programma) streeft de Nederlandse regering naar een reductie van de CO2-uitstoot met minimaal 55 procent per 2030 (zie daartoe het nationale Klimaatplan 2021–2030). Tata Steel Nederland levert daaraan een van de grootste individuele bijdragen, míts het Groen Staal-plan daadwerkelijk . dan zal de vraag naar energie voor de staalfabricage aanzienlijk afnemen. Het produceren van staal op basis van schroot in elektro-ovens, zoals de onderneming voor de toekomst voor ogen heeft, vergt straks zo’n 70 procent minder energie dan het huidige oxystaalproces. De productie vindt dan bovendien plaats met energie uit duurzame bronnen.
Verantwoord risico
De maatwerkafspraken zijn risicovol, onderkent ook de groep van negen. Maar het alternatief is een onomkeerbaar verlies van primaire staalproductiecapaciteit in West-Europa en dat brengt op langere termijn vermoedelijk hogere kosten met zich mee dan de investeringen op kortere termijn om de staalproductie te verduurzamen. ‘Wie de groene staalindustrie nu laat vallen, verliest niet alleen een fabriek maar een heel ecosysteem van kennis, werkgelegenheid en industriële slagkracht. Dat risico kan Nederland zich in deze geopolitieke realiteit moeilijk veroorloven.’
- De gehele beschouwing van de groep van negen experts is gedocumenteerd in een blog op esb.nu