Overslaan en naar de inhoud gaan
WKR
1 maart

Wetenschappelijke Klimaatraad roept op tot keuzes

‘Maak je geen keuzes, dan dreig je alles te verliezen’. Kort gesteld is dat het leidmotief in ‘Kiezen of verliezen’, het rapport waarmee de Wetenschappelijke Klimaatraad (WKR) onlangs haar aanbevelingen voor groen industriebeleid van de Nederlandse overheid heeft gedocumenteerd. In het advies kraakt de raad enkele harde noten.

‘Maak je geen keuzes, dan dreig je alles te verliezen’. Kort gesteld is dat het leidmotief in ‘Kiezen of verliezen’, het rapport waarmee de Wetenschappelijke Klimaatraad (WKR) onlangs haar aanbevelingen voor groen industriebeleid van de Nederlandse overheid heeft gedocumenteerd. In het advies kraakt de raad enkele harde noten.

Page content

‘Maak je geen keuzes, dan dreig je alles te verliezen’. Kort gesteld is dat het leidmotief in ‘Kiezen of verliezen’, het rapport waarmee de Wetenschappelijke Klimaatraad (WKR) onlangs haar aanbevelingen voor groen industriebeleid van de Nederlandse overheid heeft gedocumenteerd. In het advies kraakt de raad enkele harde noten.

WKR
Omslag adviesrapport Kiezen of verliezen, WKR, januari 2026.

Met de verduurzaming van de Nederlandse industrie als geheel gaat ’t allerminst crescendo. Maar met de vergroening in de energie-intensieve takken van industrie is ’t pas echt zorgwekkend gesteld, meent de WKR.

De uitstoot van zowel CO2 als van andere broeikasgassen is volgens de raad sinds 1990 slechts marginaal afgenomen. Hierdoor is de energie-intensieve industrie nog altijd verantwoordelijk voor bijna een kwart van alle broeikasgasemissie in Nederland.

Van die 25 procent neemt de basismetaalindustrie zo’n 6 procent voor haar rekening. Alleen de raffinaderijen en de basischemie hebben een groter aandeel, van 9,9 respectievelijk 12,1 procent.

Dat de verduurzaming in de energie-intensieve sectoren hapert, heeft volgens de WKR alles te maken met de groeiende concurrentie vanuit het buitenland, de hogere energieprijzen in de EU, de onzekerheid rond de klimaattransitie, het ontbreken van verdienmodellen voor groene productie en de beperkte ruimte (ook op het landelijk elektriciteitsnet) om duurzaamheidsmaatregelen door te voeren. Bovendien kan de industrie niet meer als vanzelfsprekend rekenen op de support van de samenleving.

Toch maakt energie-intensieve industrie belangrijke, zo niet cruciale halffabricaten en eindproducten voor Nederland en Europa. Ontmantelen van deze sectoren is dan ook geen optie. Mede daarmee blijft verduurzaming noodzakelijk en naarmate de tijd verstrijkt ook steeds meer urgent.

Gericht groen industriebeleid

Aan die verduurzaming draagt het huidige klimaatbeleid van de Nederlandse overheid onvoldoende bij, vindt de WKR.

Nu is dat beleid voornamelijk gericht op efficiëntieverbetering en emissiereductie van de huidige energie-intensieve productie-eenheden op de kortere termijn. Transitie naar een duurzame, toekomstbestendige industrie is nodig en kan pas slagen als niet alleen ándere productieprocessen en -technologieën worden toegepast, maar het gehele systeem eromheen verandert: van de overheidsregulering en energie-infrastructuur tot en met waardeketens, marktstructuren en koopmotieven van afnemers.

Daartoe schetst WKR in ‘Kiezen of verliezen’ een vijftal hoofduitgangspunten voor effectief groen industriebeleid. Zo dient de overheid terughoudend te zijn met generieke steun en haar hulp vooral te bestemmen voor energie-intensieve bedrijven en -bedrijfstakken die toekomstbestendig zijn of er alles aan doen om dat te worden.

‘Met het huidige beleid van ‘alles in de lucht houden’ haalt Nederland de klimaatdoelen niet. Het gaat niet lukken om de volledige energie-intensieve industrie in ons land, in haar huidige vorm en omvang, klimaatneutraal te krijgen. Daarvoor is er volgens de raad ‘onvoldoende plek, publieke middelen, arbeid, elektriciteit en milieuruimte beschikbaar. Dat betekent ook stoppen met actieve steun voor industrie die daar niet in past’.

Groen verdienmodel

Daarbij dient de overheid een ‘groen verdienmodel’ te creëren voor de energie-intensieve industrie. Momenteel kunnen duurzaam geproduceerde basismaterialen, zoals groen staal, nog moeilijk concurreren met basismaterialen die met fossiele grond- en brandstoffen zijn vervaardigd. De kostprijs is hoger en de meerkosten zijn dikwijls niet door te berekenen aan de afnemer als gevolg van de geringe winstmarges en de concurrentie op prijs.

Groen industriebeleid zou ervoor moeten zorgen dat de winstmarges bij duurzame basismaterialen ruimer worden, waardoor fabrikanten extra worden gestimuleerd om door te gaan met duurzaam produceren of er op over te stappen.

Acht aanbevelingen

De vijf uitgangspunten monden in ‘Kiezen of verliezen’ uit in een achttal aanbevelingen voor het Rijksbeleid. De WKR stelt onder meer voor om de grondslag van de belasting voor de energie-intensieve industrie te wijzigen van ‘energie’ naar ‘CO2‘. Hierdoor worden groene bedrijfs- en verdienmodellen aantrekkelijker dan grijze. Ook zou er een duurzame-industriefonds moeten komen. Vanuit dit fonds worden bedrijven die hun processen willen verduurzamen, ondersteund door de overheid via participatie, leningen of subsidies.

‘Kiezen of verliezen’ is eind vorige maand aangeboden aan (toenmalig) demissionair minister Hermans van Klimaat en Groene Groei.