Overslaan en naar de inhoud gaan
National Climbing Center, Nieuwegein.
26 July

Bescheiden expansie bouwproductie in 2026 en 2027


De opgaven in de woningbouw en infrastructuur zijn fors en de orderboeken van onder meer architectenbureaus, ingenieursbureaus en bouwbedrijven zijn goed gevuld. Desondanks koerst de bouwsector af op een marginale groei van de productie in 2026 en 2027. Krappe overheidsbudgetten, tekort aan personeel, de congestie op het elektranet en de onrustige geopolitieke situatie, om enkele landelijke knelpunten te noemen, verhinderen een substantiële toename van bedrijvigheid.


De opgaven in de woningbouw en infrastructuur zijn fors en de orderboeken van onder meer architectenbureaus, ingenieursbureaus en bouwbedrijven zijn goed gevuld. Desondanks koerst de bouwsector af op een marginale groei van de productie in 2026 en 2027. Krappe overheidsbudgetten, tekort aan personeel, de congestie op het elektranet en de onrustige geopolitieke situatie, om enkele landelijke knelpunten te noemen, verhinderen een substantiële toename van bedrijvigheid.

Page content

De opgaven in de woningbouw en infrastructuur zijn fors en de orderboeken van onder meer architectenbureaus, ingenieursbureaus en bouwbedrijven zijn goed gevuld. Desondanks koerst de bouwsector af op een marginale groei van de productie in 2026 en 2027. Krappe overheidsbudgetten, tekort aan personeel, de congestie op het elektranet en de onrustige geopolitieke situatie, om enkele landelijke knelpunten te noemen, verhinderen een substantiële toename van bedrijvigheid.

National Climbing Center, Nieuwegein.
National Climbing Center in Nieuwegein in aanbouw (WRK Architecten).

Aanvankelijk leek 2025 het jaar van de omslag te worden: na enkele jaren van neergang zou de bouwproductie uit het dal klimmen en groeiperspectief krijgen.

De grond-, weg- en waterbouw beleefde een productief jaar, de woning- en utiliteitsbouw zag de krimp van voorgaande jaren afnemen. De verschillende schakels in de bouwketen, van architect tot installateur, bemerkten een omzetstijging, de bouwmaterialenindustrie werd verblijd met een duidelijke afvlakking van de omzetafname.

Wat daarbij hielp, was de bovengemiddelde groei van de Nederlandse economie, stabilisatie van inflatie en rente en meer gematigde stijgingen van lonen en materialen. Mede door de recente geopolitieke spanningen, het conflict in het Midden-Oosten en de aanhoudende oorlog in Oekraïne temperen instituten als het EIB en de Economische Bureaus van ABN AMRO en ING de groeiverwachtingen voor dit jaar en volgend jaar.

Woningbouwproductie (nét) in de plus

Komende tijd zet het herstel van de productie in de woningbouw wel door, maar het doel van de rijksoverheid – 100.000 nieuwe woningen per jaar erbij – blijft buiten bereik.

Ook heeft de productie inmiddels een flinke achterstand opgelopen ten opzichte van het aantal verleende vergunningen dat ook elk jaar weer hoger uitvalt. Hierdoor is de gemiddelde doorlooptijd van projecten inmiddels opgelopen van 21 maanden in 2019 naar dik 28 maanden in 2026. Al met al rekent ABN AMRO op een groei van de woningbouwproductie van 2 procent in 2026, gevolgd door 1 procent in 2027.

Utiliteitsbouw in de min

De prognose voor de utiliteitsbouw is somber. De krimp van de bouwproductie in de afgelopen jaren zet naar verwachting van ABN AMRO door in 2026 met –2 procent en in 2027 met –1 procent.

In de utiliteitsbouw loopt de vraag naar nieuwbouw terug en daarmee de vergunningverlening en opdrachtverstrekking. Door de onzekere politieke en economische omstandigheden stellen opdrachtgevers hun investeringen uit. Eventuele extra vraag naar ruimte of faciliteiten wordt zoveel mogelijk binnen de bestaande bedrijfshuisvesting opgevangen.

Mede daarom ziet ’t er wel rooskleurig uit voor de deelsegmenten onderhoud en renovatie. Naast uitbreiding, verbouwing en transformatie staat veel oudere panden een verduurzamingsoperatie te wachten om te voldoen aan vereisten in de EPBD IV.

Op termijn zou de utiliteitsbouw best eens uit de rode cijfers kunnen komen: Defensie gaat de komende jaren de eigen gebouwenvoorraad flink uitbreiden en verbeteren via nieuwbouw en renovatie. Dat wordt nodig om de productie en opslag van materieel en de groei van het personeelbestand te kunnen hosten.

GWW, drijvende kracht achter productiegroei

De grond-, weg- en waterbouw blijft de motor achter de (mogelijke) expansie van de bouwproductie in Nederland als geheel.

ABN AMRO schat de productiegroei in dit segment weliswaar niet al te hoog in (2,5 in 2026 en 1,5 in 2027), maar vele andere indicatoren schetsen het beeld van een bedrijfstak die ’t meer dan behoorlijk doet. De toegevoegde waarde in de branche steeg de afgelopen drie jaar met gemiddeld 10 procent per jaar. De orderportefeuilles groeiden van 6,5 maanden werk in 2019 naar ruim 10 maanden in 2025.

Die groei houdt voorlopig ongetwijfeld aan. De vraag naar onderhoud, versterking en vernieuwing wordt opgedreven door de urgente nationale V&R-opgave. Hiervoor heeft Rijkswaterstaat in haar verse meerjarenplan al extra middelen gereserveerd. Of dat genoeg is? Tot 2040 is naar schatting 80 miljard euro extra benodigd om alle noodzakelijke onderhouds-, renovatie- en vervangingsprojecten tijdig in gang te zetten. 

De verzwaring van de elektriciteitsinfrastructuur en behoud en verbetering van waterkwaliteit zijn nog twee andere, meerjarige en grootschalige ‘klussen’ waaraan de GWW-sector dit jaar en komend jaar de handen vol heeft.

Groei geremd

Dat de toenemende vraag en de gevulde orderportefeuilles de komende jaren niet direct resulteren in een fikse groei van productiviteit en omzet, is terug te voeren op een brede verzameling knelpunten op nationaal niveau. Het stikstofvraagstuk, langere bezwaarprocedures, latere vergunningverlening, de netcongestie, het personeelstekort, de aanhoudend hoge prijzen van basismaterialen en energie, al deze factoren voorkomen dat de bouwsector écht meer meters kan maken.

Toch zit er voor de bouwsector in Nederland op korte termijn een geringe productietoename in het vat. En dat werkt ook positief uit voor aanpalende sectoren. Zo kan de installatiebranche in 2026 en 2027 een groei doormaken van zo’n 1,5 procent dankzij de groei van de productie in de woningbouw.