Koninklijke Staalfederatie, de landelijke organisatie voor importeurs en distributeurs van stalen en metalen halffabricaten, is lid geworden van Eurometal. Hiermee hoopt de federatie haar positie in het Europese speelveld te versterken.
Al sinds de oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal in 1950, in wezen de voorloper van de Europese Unie, zet Eurometal zich in voor de belangen van staal- en metaalhandelsondernemingen in Europa. Bij de Europese federatie zijn zowel individuele handels- en distributiecentra als nationale staal-/metaalhandelsorganisaties aangesloten.
De Koninklijke Staalfederatie is nu ook toegetreden om zo meer invloed te hebben op besluitvormingsprocessen in Brussel, als ’t gaat om belangrijke thema’s voor de staalhandel. Bijvoorbeeld het CBAM.
CBAM
Het CBAM (Carbon Border Adjustment Mechanism) is onderdeel van het emissiehandelssysteem van de Europese Unie en voorziet in een heffing ‘aan de EU-grenzen’ op de import van CO2-intensieve fabricaten en producten die buiten de EU zijn vervaardigd. Per 1 januari 2026 is het CBAM ook financieel van kracht. Dat houdt onder meer in dat een importeur binnen de EU bij de invoer van meer dan 50 ton staal of aluminium per jaar een extra belasting betaalt over het aantal tonnen CO2 dat bij de fabricage buiten de EU is vrijgekomen.
Bedoeling van het CBAM is dat er binnen de grenzen van de EU een gelijk speelveld is voor Europese en niet-Europese fabrikanten. De CO2-heffing voorkomt dat fabrikanten van buiten EU concurrentievoordeel genieten ten opzichte van fabrikanten binnen de EU die zich aan meer strikte milieuvoorschriften hebben te houden.
Hogere prijzen en groeiende onzekerheid
Als platform van Nederlandse staalimporteurs heeft Koninklijke Staalfederatie onlangs gepeperde kritiek geuit op het CBAM. De regels zijn onduidelijk, de verificatie is niet werkbaar en doordat de standaardwaarden met ingang van 1 januari van dit jaar zijn verhoogd, lopen importeurs tegen aanzienlijke kostenstijgingen aan, aldus de Staalfederatie. Voor de Nederlandse staalmarkt is het Europese mechanisme nog te complex, vindt de organisatie. In eerste instantie zal dat resulteren in hogere prijzen en groeiende onzekerheid in de keten.
Nu het CBAM ook financieel in werking is getreden, zal voor het eerst in 2027 moeten worden afgerekend over de importen in 2026. Hiervoor ontbreekt echter een bruikbare verificatieprocedure, stelt de federatie. Hierdoor weet een Nederlandse importeur niet hoe hoog de extra kosten uitvallen en evenmin wat aan de afnemer kan worden doorberekend. De onzekerheid over de uiteindelijke prijsstelling van stalen en metalen fabricaten kan vervolgens weer nadelig uitwerken voor de concurrentiepositie van de afnemers in de Nederlandse maakindustrie, zoals staalconstructiebedrijven.
Verificatieproces versneld invoeren
De standaardwaarden geven volgens de Staalfederatie geen betrouwbare indicatie van de werkelijke financiële impact. Doorgaans liggen deze waarden ook een stuk hoger dan de werkelijke waarden, waardoor de importheffing ook hoger uitvalt. Toch moet de importeur veelal op deze standaarden terugvallen, omdat de werkelijke, actuele emissiewaarden van de niet-Europese fabrikant niet of slecht beschikbaar zijn óf nog niet op juistheid zijn te controleren.
‘Voor staalimporteurs is het cruciaal dat het CBAM-systeem wordt vereenvoudigd en uitvoerbaar wordt gemaakt’, aldus de Staalfederatie. Daarbij is ’t zaak om het officiële verificatieproces versneld in te voeren, ‘uiterlijk per 1 juli 2026’. ‘Dit moet ervoor zorgen dat de daadwerkelijke impact op de Nederlandse markt inzichtelijk wordt en bedrijven tijdig zekerheid krijgen over prijzen inclusief CBAM.’